Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden/Lijst van alle gezangen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lijst der gezangen Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden (1806)

Lijst van alle gezangen naar rang van het A. B. C.

Wijzen der gezangen


[ 349 ]

LIJST

VAN ALLE

GEZANGEN.

NAAR DE RANG VAN HET  A.  B.  C.




A.

Gezang.
Aarde! zucht niet meer, 143.
Ach! hoe dwaas is ’t met vertrouwen 133.
Alle roem is uitgefloten 38.
Almagtig’ God! door waar berouw bewogen 35.
Als de nacht van bange zorgen 24.
Als ik, wanneer mijn sterfuur slaat, 184.
Al wie Gods woord niet houdt, en zegt, 59.

B.

Broeders, komt! de Heiland noodt, 101.

D.

Daar laat Gods liefdestem zich hooren, 169.
Dat nu elk d’ Algoedheid prijze, 175.
Dat w’ U deez’ dag, o Jezus! wijden 90.
Deez’ aarde zij een tranendal, 30.
De Heer is God, en niemand meer, 4.
De Heer is God, de Heer is God! 178.
De Heer is waarlijk opgedaan, 149.
Den hoogen God alleen zij eer! 2.
Diep, o God! in ’t stof gebogen, 130.
Dit is de dag, dien God ons schenkt, 112.

E.

Een ander zij vervuld met schrik 80.

G.

Geef, Jezus! dat ik in mijn’ nood 25.
Geen dwaze vrees beklemm’ uw harte; 56,
Gij Jezus! die ten troon verheven 45.
God, enkel licht, 83.
God heeft ons zijn woord gegeven; 55.
God is mijn lied, 16.
God! oneindig in gena’ 70.
God sprak (men stell’ op berg en rots 13.
God wenkt, daar storten regenvloeden 166.
Halleluja! eeuwig dank en eere, 96.
Halleluja! lofgezongen 50.
Halléluja! lof zij den Heer! 1.
Halleluja! looft den Heer, 117.
’k Heb aan ’s Heilands disch gezeten, 107.
’t Heelal getuig’ van Jezus lof! 1221
Heer! uw schepping, aard en hemel, 32.
Heilge’ Jezus T mij ten leven, 62.
Heilig’ God! voor wien steeds waarheid, 11.
Heilig, heerlijk Opperwezen! 21.
Helaas, dat zwerven der gedachten! 86.
Help God! de nood is hoog gerezen, 174.
Herinner u met vreugd, mijn geest! 135.
Het aardrijk dorst, hét zucht tot God om hoog, 172.
Het hart om hoog! wij vieren ’t heuglijkst feest, 150.
Het heuglijk tijdstip nadert weêr, 100.
Heugelijke tijding, 36.
Hier ben ik, om aan uwe smart, 105.
Hier is het nog beproevingstijd, 75.
Hoe blinkt uw majesteit alom 15.
Hoe hijgt ons ’t hart, om, van dit vleesch ontbonden 190.
Hoe naauw ik mij aan U verbind’, 74.
Hoe zacht zien wij de vromen 187.
Hoe zal ’t mij dan, o dan eens zijn! 181.
Hoog, om hoog, het hart naar boven! 43.
Houdt Christus zijne Kerk in stand, 156.

I.

Ja, Amen! Jezus is in ’t leven! 136.
Ja, Amen! Vader, Ja! 87.
Ja, Halleluja! ’t is volbragt 126.
Ja, Halleluja! wat verkeere, 128.
Ja! Jezus sterft, aan ’t kruis geklonken, 129.
Jezus , die voor doemelingen 109.
Jezus is mijn Heer en Koning, 51.
Jezus leeft, en wij met Hem, 137.
Jezus neemt de zondaars aan! 39.
Ik ben een vreemdling op deez’ aard, 188.
Ik geloof in God den Vader, 52.
Ik nader voor uw heilig’ oogen, 61.
Ik vind mij , Heer! zoo broos, zoo zwak van aard, 76.
„Ik wil niet, dat de zondaar sneev’,” 157.
Ik zal dan, op deez’ statelijken dag, 170.
Immanuël! o doelwit onzer zangen! 111.
In welken oord men vromen vindt, 69.
Is dat, is dat mijn Koning! 123.
’t Is God, die ’t licht heeft voortgebragt, 159.
Juich nu, Christenschaar! 138.
Juicht, Christnen! juicht tot God om hoog! 113.
Juicht heemlen op een’ hoogen toon 41.

K.

Knielt , Christnen! voor uw’ Redder neêr, 121.
Kom, Christenschaar! kom, knielen wij 46.
Komt , Christnen! laat ons Jezus loven, 148.
Komt! Christnen! toont met woord en daad, 78.
Komt! heffen w’ ons eerbiedig hemelwaart, 102.
Komt, heffen w’ onzen lofzang aan! 139.
Komt, knielen wij voor Jezus zamen, 127.

L.

Laat ons, Heer! uw’ dood gedenken, 104.
Laat ons van uwe voorzorg zingen, 164.
Leer ons. Vader! U verbeiden, 27.
Liefde volle Hemelvader! 85.
Lieve Jezus! zie ons zaam 93.
Lof en dank en heerlijkheid 116.
Looft den Honing, alle volken! 144.
Looft God! laat ons, zijn’ naam ter eer, 163.
Looft God met verrukten geest! 177.
Looft Gods Zoon, den doodvertreder! 140.

M.

Middelpunt van ons verlangen, 120.
Mij naar alles stil te voegen, 67.
Mijn eerst gevoel zij dankbaarheid, 179.
Mijn God! hoe krachtloos, hoe ontaard 33.
Mijn God ! wat ooit in mij verdoov’, 53.
Mijn Heiland! Davids Zoon en Heer! 125.
Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis, 1 24.
Moet gij steeds met onspoed strijden, 28.

N.

Na eene proef van weinig dagen 192.
Neen! ’k heb den prijs nog niet verkregen; 73.
Nog juicht ons toe die zaalge nacht, 114.
Nooit viel mijn’ Heiland kruis te zwaar, 132.

O.

O dat van mijne levensdagen 161.
O denkbeeld, dat ons leven geeft! 42.
O eindelooze Majesteit! 14.
O Geest van Vader en van Zoon! 151.
O Gij! die mijn ellende, 26.
O God! bewaar het veldgewas, 173.
O God! die eindloos goed en groot, 66.
O God ! eer ’t aardrijk was gegrond, 8.
O God! gelijk Gij ons het leven 19.
O God! hoe zalig is ’t voor ’t hart 81.
O goedheid Gods! nooit regt geprezen! 12.
O groote God, die t’ aller tijd 82.
O Heer! hoe heuglijk is het lot, 79.
O hoe blij te moede, 57.
O Jezus! dat ik nooit vergeet, 158.
O mensch, geloof aan uwen God! 88.
Oneindig’ God! het nietig stof 10.
Oneindig, onbegrijplijk Wezen! 5.
Oneindig Wezen! door geen’ tijd 6.
Ons hart verheugt zich, dat bij God 20.
Ontsluit, o Heer! ontvlam ons hart, 119.
Op bergen en in dalen, 7.
Op, nu op, het hart naar boven! 154.
O sterveling! gevoel uw waarde, 31.
O Vader! die uw kindren voedt, 168.
O zonde! bron van al d* ellende, 37.

R.

Reeds daalt, met een omwolkt gezigt 165.
Rust, mijn ziel! uw God is Koning, 22.

S.

Sla, o God van mededoogen! 94.
Spoedig zal het uurtje komen, 186.
Stille rustplaats van Gods dooden! 182.

T.

Treed nu toe, verloste ziele! 106.
Triomf, Halleluja! triomf! 146.
Triomf! triomf! Immanuël 141.
Twijfling zwijg, zwijg bange smarte! 58.

U.

U, God en Heer! 97.
U loov’ en dank’ wat in ons is, 11O.
Uren, dagen, maanden, jaren 160.
U, Vader! U zij lof en prijs 95.
Uw dankbre Christenfchaar, 152.
Uw Heiland wordt in ’t graf geborgen, 134.

V.

Vader, vol van mededoogen! 84.
Verheft u , Christnen ! boven ’t stof, 147.
Verhef, verhef uw zegezangen , 153.
Verhoogde Heiland! trek ons hart 103.
Verlosser, Vriend! o hoop, o lust 49.
Vier, Wij van geest, 15.
Vloei nu, laat u niet bedwingen, 29.

W.

Waak, Christen! waak, blijf in ’t geloof 77.
Waar toe toch al dat angstig schroomen? 54.
Waar zijn de wijzen, die mij zeggen 9.
Wat bitter zielverdriet, 131.
Wat zwoegt een handvol stofs, tot mensch 23.
Wat zwoegt g’, o mensch! naar goud of eer, 89.
Wel hem, die zich verstandig draagt, 72.
Wie blijft U geen liefde schuldig, 64.
Wie maar den goeden God laat zorgen, 17.
Wij, allerhoogste Majesteit! 92.
Wij danken U, barmhartig’ God en Vader! 98,
Wij hebben zaam’ aan Jezus disch gezeten, 107.
Wijk aardsch geluk vol wisselvalligheên 183.
Wij knielen voor uw’ zetel neêr, 44.
Wij loven U, o God! wij prijzen uwen naam! 3.
Wij treên een’ nieuwen tijdkring in, 162.
Wij werpen ons voor U ter neêr, 34.
Wij wijden, gunstrijk’ Opperheer! 91.
Wil, groote God ! in onze lofgezangen 18.
Wil mij, wanneer mijn sterfuur naak’, 185.
’k Wil nimmer iemands nadeel zoeken, 71.
’k Wil U , o God ! mijn dank betalen, 180.

Z.

Zal een kind zijn’ vader minnen, 63.
Zalig! zalig, niets te wezen 68.
Zie erbarmend op ons neêr! 176.
Zie ons ootmoedig tot U naadren, 171.
Zing, Christenschaar! de schoonste stof 47.
Zingt, gij afgelegen landen! 155.
Zingt, zingt blij te moe’, 48.
Zoo blij de landman moe’ van ’t ploegen 189.
Zoo brak ’t gewenschte tijdftip aan. 142.
Zoo gij, in ijver tot uw’ pligt, 60.
Zoo slaat G’ uw oog, 40.
Zoo wijd op aarde schepslen leven 167.
Zou mij dood en graf doen beven? 191.