Gezelle/De tijd

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oudheid * 21 De tijd van Guido Gezelle Irrequietum * 23
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Non erit amplius!

Weêrstaat er wel iemand,
     of iets, buiten U,
     den terd van den tijd
          onbetembaar?

Is ‘t hier of is ‘t elders,
     is ‘t morgen, is ‘t nu:
     wie weet, en wie maakt
          het mij kenbaar?

Geen steenen, geen staven,
     geen ijzer, geen staal
     en kunnen den tijd
          in den band doen.

Die eeuwig alleene
     zijt, zult het metaal
     den tijd om den hals,
          met uw' hand, doen.

Dan staan zal hij stille,
     gebonden, geboeid;
     zijn zeisen geroofd
          en zijn tijdglas;

voor eeuwig uit alles
     gebannen, geroeid,
     daar eerst het gebied
          van den tijd was.

27/1/1897