Gezelle/Herteloozen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Meezen * 70 Herteloozen van Guido Gezelle De bleekersgast * 72
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Zegt, waar zou ‘k belenden mogen,
ginge ik altijd neêrgebogen,
     zoekende, om geen leed te lijen,
     ‘t ongezelschap aller liên?

Op! mijn hoofd, en, recht getreden!
Wie ooit pijne en poge deden,
     om mij onder voet te slaan,
     laat mij, laat mij rechte gaan!

‘t Zullen, eens entwaar, nadezen,
roozen zonder doornen wezen
     mij te plukken: goed geduld:
     Gij, o God, mij helpen zult!

Dan, vergeten, herteloozen,
al uw' doornen, zonder roozen,
     zal ik; en, naar God gegaan,
     eeuwig blijven rechte staan.

1886-1896