Gezelle/Koe-koe

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De ramen * 61 Koe-koe van Guido Gezelle Zonnewende * 63
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

"Koe-koe," de Leye omtrent
     is alles, allenthenen,
belegwerkt en bezomerblomd:
     en ‘t aarderijk verdwenen.

"Koe-koe," de groene wee,
     zoo verre ik kan bespichten,
liep overal de zonne, met
     heur zelvergeld, bezichten.

"Koe-koe," de koekoetblom,
     vermenigd in de meie,
zie ‘k varen heen en weêr, alom,
     en zwaaien lijk een Leye.

"Koe-koe," de Leye langs,
     en kan ik onderscheiden
of ‘t baren zijn of blommen, die
     mijn' zwervende ooge leiden.

"Koe-koe," de koekoet roept
     herhaaldemaal, daartusschen,
nen boom entwaar bezittende, in
     de verre verre busschen.

5/5/1895