Gezelle/Zonnewende

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Koe-koe * 62 Zonnewende van Guido Gezelle De oude kopwulge * 64
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Een blomken heb ik staan, nabij
     me, in de oude boekenzale,
dat altijd, naar den dag toe, keert
     zijn' blaârkes, altemale;
het wenden mag ik zus of zoo,
dat ik begere volgt het noo,
en ‘t zoekt, weerom naar mij gericht,
nog altijd liever ‘t zonnelicht!

Och, ware ik als dat blomken is,
     in al mijn doen en laten,
mijn zorgen, mijn bekommernis,
     in huis en achter straten:
‘t zij wat men doet of niet en doet,
‘t zij wat ik immer lijden moet,
naar u, met herte en ziel, gericht,
o alverzettend zonnelicht!

‘t Is duister nu en zwaar, te mets,
     omtrent mij: oude kwalen
en nieuwe, doen, van zielgekwets,
     mij moe zijn, menigmalen,
tot dat, o God, naar U gewend,
mijn' duisterheid den dag erkent,
en ziende U, met mijne oogen dicht,
ik asem hale, in ‘t zonnelicht.

2/10/1896