Gezelle/Maria

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Quis enarrabit * 7 Maria van Guido Gezelle Nieuwjaarsnacht * 9
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

o Edel herte, o vrije Vrouwe,
     die Adam ongeschonden liet,
hoe vuilt, terwijl ik u aanschouwe,
     mij ‘t schoonste dat de zonne ziet!

o Diamant, uit ‘s Heeren handen
     gevallen, dauwdrop, nieuwe en schoon,
daar ‘s hemels ooge ik zie in branden;
     onaangeraakte wereldkroon!

o Middenmaagd, die, van zoo velen,
de schoonste zijt, die om u spelen,
     verleent mijne arme ellendigheid
     dat u, door mij, te onvoorbereid,
               zij lof gezeid!

1896?

Afkomstig van Wikisource NL, de Vrije Bron. "https://nl.wikisource.org/w/index.php?title=Gezelle/Maria&oldid=33132"