Gezelle/Oorloge

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Non sia ver * 83 Oorloge van Guido Gezelle De donderroe * 85
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

‘t Is oorloge, oorloge is ‘t,
daar menschen zijn, en dieren;
      ‘t gevecht zit al dat leeft,
      geboortevast, in ‘t been:
beweertuigd is het ros,
bewapend staan de stieren
      afgrijslijk; hond en kat
      strijdzuchtig zijn. Het kleen
zoet honingbietje weet
zijn gif te laten leken
      in ‘s vijands wonden; ‘t weet
      zijn moordend mes hem, en
zijn' bitterheid, in ‘t lijf
zoo nijdig neêr te steken,
      dat ook het zoete zeem
      onzoet hem smaken zal!
De duive, zonder haat,
het lam, dat liete ‘em binden;
      ‘t onbooze keverken,
      het nietje zonder straal;
wie, zonder krijgsgeweld,
wie zal ‘t, o Heere, vinden,
      dat onkamplustig is,
      dat vrij van de oude kwaal?
‘t Is oorloge, oorloge is ‘t,
daar menschen zijn; de dieren
      verscheuren ondereen
      malkanderen; de dood
tot in de wolken zit
en spiedt mij!... Goedertieren
      Verlosser, vrede zijn,
      waar zal ‘t? - In uwen schoot!

29/4/1895

Afkomstig van Wikisource NL, de Vrije Bron. "https://nl.wikisource.org/w/index.php?title=Gezelle/Oorloge&oldid=33252"