Gezelle/Schoonheid

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het klokgebed * 87 Schoonheid van Guido Gezelle De dakpannen * 89
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Hoe schoon zijn de ongekunstenaarde
             boomen, die
‘k erkenbaar uit elkander, in den
            hemel zie
geschoten staan, en dragende elk een
            beeltenis,
daar ‘t werken van Gods hand nog aan te
            vinden is!

Hoe schoon is, ongeschonden, in de
             zonnenkracht,
‘t wijduitgespreide bouwsel van de
             boomenpracht,
ten toppen uitgedreven, en, van
             dracht, alzoo ‘t
de Schepper eerst, beminnende, uit zijn'
             handen goot!

Het was alzoo geschapen en, van
             God gemaakt:
waaromme en laat ge ‘t, mensch, door u niet
             aangeraakt,
geworden, ‘t onverbeterbare en
             ‘t schoonste van
de schoonheid, daar geen menschenhand ooit
             aan en kan?

1/10/1896