Gezelle/Windbruid

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
't Meezeken * 191 Windbruid van Guido Gezelle Kolen * 193
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Nijgen, buigen doen de boomen
     weg en weder; ‘t waait en ‘t buischt;
de uitgelaten winden stroomen
     deur de dikste hagen; ‘t ruischt
hooge en leege: toppen, takken
     tieren overluide: en ‘t wil
scheuren iets, of openklakken
     schielijk, in dat boschgeschil...
Avond wordt het, vlugs, en weder
     valt de wilde windbruid neder.

3/5/1895