Keulemans Onze vogels 2 (1873)/49

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
48 Onze vogels in huis en tuin, deel 2 van John Gerrard Keulemans

49. De franciskaan

50


[ Pl49 ]

Keulemans Onze vogels 2 49.jpg

[ 171 ]
 

DE FRANCISKAAN.

EUPLECTES IGNICOLOR.


Deze met zoo allerhelderste kleuren prijkende vogelsoort wordt door sommigen Kleine Oranjevink en Vuurvogel genoemd en is in den handel ook onder den naam „Vuurwever" bekend.

Het is de sierlijkste van alle weverachtige vogels, doch draagt zijn schitterend gevederte alleen gedurende den paar- en broeitijd; even als de reeds beschreven soorten, legt het zijn zomerkleed door ruijing af en heeft dan de kleur van het wijfje. Het jong en het wijfje zijn alleen door hunne mindere grootte van die der overige soorten te onderscheiden.

Deze vogels worden zoowel in Oost- als West-Afrika aangetroffen en zullen dus waarschijnlijk ook het binnenland beneden de groote woestijn bewonen; want zoowel in het oostelijk als in het westelijk gedeelte worden zij tot diep in het binnenland gezien. Ten opzigte hunner levenswijze onderscheiden zij zich in niets van de overige verwante soorten, in wier gezelschap zij dan ook meestal gezien worden. Zij leven in het hooge gras en in heesters en voeden zich hoofdzakelijk met zaden. In de rijstvelden brengen zij soms, vooral door hunne talrijkheid, groote verwoesting te weeg. Hun nest is zeer sierlijk in elkaêr geweven, maar zoo ligt,en los, dat de eijeren van buiten kunnen gezien worden; als bouwstoffen bezigen zij afgepluisde palmbladen of gespleten grashalmen; het nest is iets kleiner dan dat van E. flammiceps; het is bol- of peervormig, met den ingang naar beneden gerigt, en hangt aan plantenstengels of lage takken. Het mannetje hangt dikwijls, met de vleugels slaande, aan den trechtervormigen ingang van het nest, en schijnt op die wijze zijne broeijende wederhelft te bekoren. In de kooi doet het soms eveneens, het zet dan de nekveêren overeind en slaat allersierlijkst met de vleugels, even als een dagvlinder, wanneer deze zich nederzet.

[ 172 ] In de kooi weven deze vogeltjes allerlei draden door elkaêr en werken daarmeê zoo lang voort, totdat de geheele ruimte door vlechtwerk is ingenomen.

Men geve hun hetzelfde voedsel, als bij de vroeger vermelde soorten is aangewezen.