Naar inhoud springen

Pagina:Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam.djvu/20

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

– 20 –

DUSART. (cornelis)

No.

77. Op eene binnenplaats van eene herberg, ziet men op den voorgrond een’ boer en eene boerin, welke den ander vrolijk onderhouden; terwijl laatstgemelde eene wafel in de hand heeft. Wat verder ziet men eene overdekte kolfbaan, daarin en ter zijde van dezelve eene menigte drinkende boeren.

DUSART. (cornelis)

78. Een dorpgezigt. Voor een huis ziet men een’ boer in vrouwekleeding, dansende en op de viool spelende, waarbij een jongen en dansende hond, benevens eene menigte toezienders, die zich hiermede schijnen te vermaken.

DIJCK, (Ridder anthonij van)

geb. 1599, overl. 1641.

79. Het levensgrootte portret ten voeten uit van den Burgemeester van der Borght. Het verschiet vertoont de Schelde, benevens de stad Antwerpen. Dit stuk behoort tot de beste van dezen meester.

DIJCK. (Ridder anthonij van)

80. De levensgrootte portretten van de prinses Maria van Engeland (naderhand gemalinne van prins Willem den tweeden,) en haren broeder den hertog van Glochester.

DIJCK. (Ridder anthonij van)

81. Eene weenende vrouw in een landschap.