Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/204

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 180 —

gezigt. Men zal het b.v. niet als eene buitengewone zaak aanmerken, wanneer iemand in staat is om honderd andere personen, alle van hetzelfde geslacht, op het eerste gezigt van elkaâr te onderscheiden; vele onder mijne lezers zullen, als zij het aantal der personen die zij, zoo als men het noemt, van aangezigt kennen, eens optellen, dit getal al spoedig bereiken. En toch, als men van die honderd menschen eens oplettend naging, waarin het verschil tusschen hun uiterlijk, dat ons zoo dadelijk in het oog valt, eigenlijk bestaat, vooral als men eens trachtte dat verschil door maten aan te geven, dan zou het zeker in vele, zoo niet de meeste gevallen, verrassend klein blijken te zijn. Is nu dat verschil tusschen de voorwerpen zelve reeds klein, noch véél geringer moet het zijn tusschen de beelden op ons netvlies, waarnaar wij die voorwerpen beoordeelen! Toch voelen wij dit verschil, en dit niet slechts na eene aanhoudende, opmerkzame beschouwing, maar oogenblikkelijk, zonder inspanning, zonder moeite. Voorwaar, als men dit zoo inziet, dan blijkt de waarheid van het woord van pope, dat mij bij het schrijven van deze regelen onophoudelijk voor den geest zweefde:

 

Man is a miracle to man.

 

Beschuldigt mij iemand van overdrijving bij deze aanhaling? Hij bedenke dat ik hier nog maar een of twee voorbeelden van de wonderen des gezigts heb aangehaald, die ik met nog een groot aantal, zeker niet minder treffende, zou kunnen vermeerderen. Zullen wij één van die vele nog eens wat nader beschouwen? Het ligt voor de hand en staat met het te voren genoemde in de innigste betrekking. Immers kleur en gedaante is niet het éénige, wat ons door het gezigt van een voorwerp bemerkbaar wordt; wij oordeelen daarbij ook nog over de grootte van dit voorwerp en over den afstand, waarop het van ons verwijderd is. Hoe wij dit kunnen doen, door welke inrigting in ons gezigtsorgaan wij daartoe in staat worden gesteld, is eene zaak, te belangrijk om er niet eenige oogenblikken bij stil te staan.

Merken wij, om de eerste schrede tot de verklaring daarvan te doen, nog eene zaak op, die gemakkelijk is waar te nemen bij de