Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/382

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 358 —

heid verkregen heeft, waarvoor ik mijnen lezers verschooning vragen moet. Een paar opmerkingen mogen hier echter nog eene plaats vinden.

 

 

De studie van die verschijnselen van het mesmerisme, wier bestaanbaarheid als bewezen mag worden aangenomen, is voor den physioloog en den zielkundigen niet onbelangrijk, en een naauwkeurig onderzoek der zelve door middel van proefnemingen zeer wenschelijk. Men houde echter in het oog, dat de mesmerische toestand een tegennatuurlijke en ziekelijke toestand is. In de meeste gevallen is hij voorbijgaand en laat geene sporen na. Maar wanneer hij zonder genoegzame omzigtigheid, of bij herhaling bij eenen en denzelfden persoon wordt voortgebragt, dan kan die toestand blijvend worden en de schromelijkste gevolgen na zich slepen. Men heeft dit waargenomen bij het zoogenaamde magnetisme; maar ook de electro-biologische bewerking is, blijkens de ondervinding, niet zonder gevaar. Om van hetgeen men elders waargenomen heeft niet te spreken, zoo zijn hier te lande reeds verscheidene gevallen voorgekomen, waar de tegennatuurlijke toestand van de hersenverrigtingen en het denkvermogen nog dagen lang na de bewerking voortduurden, en dofheid, voortdurende afgetrokkenheid, onvermogen om geregeld te denken eenigen tijd terugbleven. Men denke hier aan den onmiskenbaren sterken invloed van het mesmerisme op het hersen- en zenuwstelsel, en aan de groote overeenkomst van het hypnotisme met sommige ziekelijke toestanden: somnambulisme, catalepsis en sommige vormen van krankzinnigheid. Daarom kan ik niet sterk genoeg waarschuwen tegen het magnetiseren en biologiseren, zooals men het noemt, indien dit niet tot een bepaald wetenschappelijk doel en door daartoe volkomen bevoegden in het werk wordt gesteld. Is het doen van zoodanige proeven uit loutere nieuwsgierigheid, of om eens eene grap te hebben, reeds daarom zeer af te keuren en hoogst onvoegzaam, omdat men in dat geval een onwaardig spel drijft met de edelste vermogens des menschen, de bedenkelijke gevolgen van eene onberadene toepassing van het mesmerisme mogen ieder aansporen om zich daar liever