Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/401

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 377 —

Al die eijertjes nu kunnen onder gunstige omstandigheden tot ontwikkeling gebragt, dat is, even zooveel visschen worden, en de mensch heeft het werkelijk in zijne magt de omstandigheden zoo gunstig te maken. Hij kome slechts de natuur te gemoet, en zij reikt hem bereidvaardig de hand; hij ondervrage haar, en trachte de wetten te leeren kennen, volgens welke zij alles regelt en ordent, en zijn verstand zal hem de middelen aan de hand geven om van de verkregen kennis voordeel te trekken.

Reeds voorlang hadden verschillende geleerden de kunstmatige bevruchting der eijeren van visschen als middel gebruikt om de ontwikkelingswijze van het nog ongeboren vischje binnen in het ei naauwkeurig te kunnen onderzoeken. Uit deze proeven, met vischeijeren in een groot glas met water gevuld, dat van tijd tot tijd ververscht werd, was toen reeds gebleken, dat deze kunstbewerking hoogst eenvoudig is, en, bij behoorlijke voorzorgen, nimmer falend, zoodat alle of nagenoeg alle eijeren uitkomen, terwijl daarentegen in eene rivier het groote meerendeel der eijeren reeds lang vóór dit tijdstip de prooi van andere visschen is geworden.

Deze in het stille studeervertrek genomen proeven hebben den weg gewezen, welke thans met zulk eenen gunstigen uitslag bewandeld wordt. Reeds omstreeks de helft der vorige eeuw heeft de graaf goltstein in Duitschland aangetoond, door in het groot gedane en zeer welgelukte proefnemingen, welk uitgebreid nut uit de kunstmatige bevruchting der visschen kon getrokken worden. De zaak geraakte echter na zijnen dood in vergetelheid, tot dat nu ongeveer zes jaren geleden een bekend fransch natuuronderzoeker, de quatrefages, de aandacht van zijne landgenooten op nieuw daarop trachtte te vestigen. Kort daarop vernam men met verwondering, dat een paar eenvoudige visschers in de Vogesen, gehin en remi zich reeds sedert eenigen tijd met zeer goed gevolg daarmede hadden bezig gehouden. Spoedig verbreidde zich de mare van het welslagen hunner pogingen, en werden zij naar elders geroepen, om door hunne kunst een nieuw leven in de wateren te brengen. Thans zijn in Frankrijk op meer dan ééne plaats zoogenaamde piscines tot stand gebragt, dat is inrigtingen, welke wij