Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/483

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


DE PLANTENGROEI

DER

VOORWERELD.

GESCHETST DOOR

Prof. W.H. DE VRIESE.

 

 


H et is in dezen tijd zeker aan weinig beschaafde menschen onbekend gebleven, dat onze aarde niet altijd in haren tegenwoordigen toestand verkeerd heeft. In tijden toch, waarvan geene geschiedenis noch oorkonden gewagen, en die wij daarom vóór-historische tijden gewoon zijn te noemen, heeft zij op hare oppervlakte, of in hare schors, vele veranderingen of omkeeringen ondergaan, waarbij lagen van de meest verschillende stoffen zijn op elkander gestapeld of over de reeds aanwezige uitgestort. Die veranderingen zijn door lange tijdperken van rust afgewisseld. Zij hadden plaats vóór dat de mensch op aarde het aanzijn had ontvangen. Maar die aarde was toch reeds door levende schepselen bewoond.

De wetenschap, die zich bezig houdt met het onderzoek van het ontstaan, de vorming, de veranderingen van de aarde en vooral van hare schors, noemen wij Geologie of "Aardkunde." Het onderzoek van de overblijfselen van planten en dieren, in haren schoot bedolven, behoort tot de Kruid- en de Dierkunde.

De geschiedenis van de vorming der aardschors bestaat uit verschillende tijdperken, even als de geschiedenis der volken. Nu eens waren er lange tijden van rust, waarin de aarde en hare wateren door verschillende dier- en plantsoorten werden bevolkt; dan weder volgden er omkeeringen, waarbij zich bergen verhieven en vroeger verdronken landen uit de diepte der zeeën te voorschijn traden; waarbij over de rotslagen van vroegeren oorsprong de stoffen voor nieuwe lagen uitgestort werden, welke, in haren