Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/552

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 134 —

kanariezaad, Noordwijk alleen artsenijgewassen? Geenszins dat ze elders niet even goed zijn te telen, maar omdat men zich nu eenmaal daar ter plaatse op de teelt dier gewassen heeft toegelegd. De gewone boer moet zich evenwel aan die mode onderwerpen. Hij mag wel eens in 't klein beproeven, of dit of dat gewas ook met voordeel bij hem te kweeken zoude zijn, maar bijna altijd kan hij zich van te voren vast overtuigd houden, dat het invoeren van een bijzonder gewas, vreemd aan de streek, aanvankelijk met groote opofferingen gepaard gaat. Want zoowel aan de werklieden moet zulks worden geleerd, als de markt gedwongen om het product aantenemen, en hoe die beide pogingen in de beurs klinken en teleurstelling op teleurstelling te weeg brengen, weet een ieder te vertellen, die maar eenmaal zulk eene nieuwigheid beproefd heeft.

De luchtsgesteldheid, de hoeveelheid zomerwarmte van de streek, waar de boer den landbouw uitoefent, dwingen hem vervolgens om slechts bepaalde gewassen te telen. In ons landje, van geringe uitgestrektheid, maakt dit natuurlijk weinig of geen verschil, en de planten, die in Limburg groeijen, zullen even goed in Groningen tieren; maar bij grooter breedte-afstanden oefent die warmte eenen zeer merkbaren invloed uit. Hoog in het Noorden heeft de tarwe geene warmte genoeg om te kunnen rijpen, of stuit met hare wortels op den eeuwig bevrozen ondergrond, terwijl zij onder de keerkringslanden rijkelijk stroo oplevert maar geen zaad aanzet, tenzij men daar voor het bouwland een koeler gewest in de gebergten opzoekt.

Een duidelijk voorbeeld hoe die zonnewarmte werkt, levert ons het rijpen van de tarwe te Oranje aan de Middellandsche zee, waar ijs eene zeldzaamheid is, en te Lyingen niet ver van de Noordkaap boven in Noorwegen, waar dit graan op beschutte plaatsen nog rijp wordt, hoewel de sneeuw eerst in het begin van Junij van de velden dooit. In weerwil van dat verbazende onderscheid in de luchtsgesteldheid, geniet de plant op beide plaatsen evenwel eene genoegzaam gelijke warmte. De tarweplant begint te groeijen wanneer de gemiddelde warmte van den dag 6 graden van den thermometer bereikt, hetgeen omstreeks den 1sten Maart te Oranje, omstreeks den 20sten Junij te Lyingen plaats heeft. De oogst wordt