Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/559

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 141 —

kringslucht in aanraking komt, blijft zij onvruchtbaar en vormt hetgene wij, onder den naam van veen, zeer wel als eene onvruchtbare stof kennen, die echter ook juist als de teelaarde vruchtbaar wordt, in eigenlijke bakaarde overgaat, wanneer zij aanhoudend omgezet en geroerd aan lucht en regen blootgesteld wordt. Het hoofdbestanddeel van de teelaarde is kool. Die kool moet zich nu met eene der luchtsoorten, die in de dampkringslucht vervat is, met de zuurstoflucht namelijk, vereenigen en het zoogenoemde koolzuur vormen. Het koolzuur vereenigt zich met het regenwater of met het vocht dat in den grond aanwezig is, en wordt alzoo deels zelve door de plantenwortels opgenomen, of vormt deels met andere stoffen als ammoniak en potasch, die steeds in goeden bouwgrond aanwezig zijn, uitnemende en onontbeerlijke plantenvoedsels. Een groot gedeelte van het koolzuur, dat uit de teelaarde door hare vereeniging met de zuurstof uit de lucht ontstaat, ontwijkt ook in de lucht en wordt daar door de bladeren der gewassen opgenomen.

Ten aanzien van de teelaarde, welke in den bouwgrond voorhanden is, zien wij dus hoe de boer, door den akker te bewerken en toegankelijk te maken voor de dampkringslucht, plantenvoedsel vormt.

Maar door het bewerken van kleigronden verkrijgt hij nog iets anders. Wij weten dat alle rotssoorten waaruit de hooge gebergten der aarde zijn zamengesteld, daar waar zij aan lucht, regen, en vooral aan de vorst zijn blootgesteld, verweren, dat is verkruimelen, los worden en daarna door de afstroom en de wateren nederwaarts worden gevoerd. Alle bouwgronden en niet het minst de kleilanden onzer rivieren en zeekusten, zijn oorspronkelijk, sedert honderden eeuwen, ontstaan uit verweerde rotsen; maar dat verweren gaat nog steeds voort, en daardoor alleen worden de voor den plantengroei dienstige stoffen, welke die gronden bevatten, in water oplosbaar en geschikt tot plantenvoedsel. Het verweren gaat echter verbazend langzaam te werk, en telkens bij elken oogst wordt er slechts een zeer klein gedeelte der bestanddeelen van den grond weggenomen. Dit is de oorzaak, waarom sommige kleigronden zoo vruchtbaar blijven, dat zij hoogst zeldzaam mest behoeven, en dat er zelfs zijn, die, bij {[hws|men|menschenheugen}}