Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/601

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 181 —

zoude gezien hebben. Uit alles blijkt, dat hij den Dodo bedoelt. Heeft de vertaling van Walgvogel in oiseau de nausée, ook welligt tot het misverstand van oiseau de Nazareth aanleiding gegeven? Het vreemdst is, dat het Nazareth-eiland, dat ten noorden van Mauritius zoude liggen, en waar de vogel van cauche gehuisvest zoude wezen, nooit elders dan op papier is voorgekomen. De hedendaagsche zeevarenden zijn het daarover eens, dat dit geheele eiland niet bestaat. Het verdween uit de aardrijkskunde, even als de Nazarethvogel uit de dierkunde.

De laatste melding welke van den Dodo gemaakt wordt, is in 1679 in een handschrift van benj. harry, behoorende tot de handschriften van sloane in de bibliotheek van het Britsche Museum. Leguat, die in 1693 het eiland St. Mauritius bezocht, en de natuurvoorwerpen er van beschreef, zwijgt van den Dodo. Het is dus meer dan te vermoeden, dat deze er toen niet meer voorkwam. Al deze feiten zijn voldoende, om ons het bestaan en het verdwijnen van den Dodo op en van het eiland Mauritius te leeren kennen. De vraag is nu, hoe de wetenschap aan de juistere voorstelling omtrent de gedaante des diers kwam. Ik beantwoord haar, door te wijzen op vijf afbeeldingen, welke men van den Dodo in verschillende groote steden van Europa kent. De eerste daarvan is diegene, welke een Engelsch naturalist ons, niet tot onze eer, moest doen kennen, in het Mauritshuis te 's Gravenhage. Zij is van roeland savery en komt op zijne schilderij voor, orpheus voorstellende, die de dieren door zijne muzijktoonen temt. R. owen, die er het eerst de aandacht der natuuronderzoekers op vestigde, vermoedt wegens de juistheid der overige figuren, dat het eene nabootsing naar de natuur is, en veronderstelt, dat het dier in de menagerie van den Stadhouder zal geleefd hebben. Voor deze veronderstelling is echter geen grond voorhanden. De vier overige afbeeldingen bevonden zich, in het Britsche Museum te Londen, in het Belvedere te Weenen, in Berlijn en in het Ashmolean Museum te Oxford. Zij hebben of roeland, even als de schilderij te 's Hage, of jan savery tot maker. Opmerkelijk is eene aanteekening van j. emerson tennent, dat er op het paleis der voormalige Koningin van Ceylon in de bouwkundige