Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/663

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 243 —

bewerkt; nadat eene verdieping geheel of gedeeltelijk afgewerkt is, wordt eene tweede daarboven op gelijke wijze uitgehouwen; tusschen beide verdiepingen laat men eene bank van voldoende zwaarte staan, en draagt zorg dat de pijlers van de tweede verdieping juist boven die der eerste komen.

Bewerking door galerijen en pijlers
Fig. 7. bewerking door galerijen en pijlers.
Het is duidelijk, dat men op deze wijze slechts een klein gedeelte, bij sommige steenkolenmijnen het 13, van het mineraal verkrijgt, en dat het overige in de mijn blijft en dus verloren gaat. Om dit verlies zoo gering mogelijk te doen zijn, maakt men de verdiepingen zeer hoog; zoo zijn b.v. de galerijen van de leijenmijn bij Fumay in de Ardennes even hoog als de laag, 20 el; de gipsgroeven bij Parijs hebben 10 el hooge galerijen, enz.

Bij kostbare ertsen, als b.v. in de Schemnitzer zilvermijnen in Hongarijen, worden uit de galerij, welke de laag in zijne lengte volgt (fig. 4), dwarsgalerijen op zekeren afstand van elkander gemaakt, en de erts daarna tusschen deze laatste weggenomen en de ledige ruimte met het ganggesteente gevuld. Nadat eene verdieping gereed is, wordt de volgende onmiddelijk daarboven op gelijke wijze bewerkt; deze bewerkingswijze kan alleen dan geschieden, wanneer de erts met vele vreemde stoffen vermengd is, welke in de mijn blijven.

Indien het gesteente los is, begint men wel eens de mijn van boven naar beneden te bewerken. Nadat de eerste verdieping afgewerkt is, waarbij het hangende door sterke stutten ondersteund is geworden, worden deze zooveel mogelijk weggenomen en het dak stort daarop in, welke instorting zich somtijds tot de oppervlakte van den grond voortplant; daarna wordt eenige ellen dieper weder eene verdieping op gelijke wijze uitgewerkt. Deze bewerking is niet kostbaar, maar gevaarlijk; bij Luik wordt zij in eene aluinschiefermijn gebruikt.