Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/680

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 260 —

het timmerwerk blijft haken. In 1835 was eene onvoorzigtigheid in eene mijn bij Luik de oorzaak van den dood van 8 mijnwerkers; deze werden in eenen ton naar beneden gelaten, toen een mijnwerker aan kwam loopen, en zonder zich aan de waarschuwingen te storen in de ton sprong, waardoor de kabel brak en allen naar beneden stortten .

In de laatste jaren heeft men de middelen, waardoor men in de mijn en weder naar boven komt, zeer verbeterd. Vooral bij diepe mijnen gaat veel tijd en dus geld verloren door het naar boven gaan en nederdalen der arbeiders, en worden zij daarbij steeds door groote gevaren bedreigd; het leven toch van vele menschen hangt van de deugdzaamheid van eenen kabel of ketting af. In de Hartz, alwaar putten van 700 tot 800 el diepte zijn, heeft men een beter middel uitgedacht, hetwelk sedert weinige jaren ook in Engeland, België en verder in Duitschland toegepast is geworden. Aan twee houten stangen, welke van boven tot onder in den put doorgaan, zijn op gelijken afstand van elkander houten treden, somtijds van leuningen voorzien, verbonden; de stangen worden door een werktuig beurtelings op en neder bewogen, telkens zooveel als de afstand tusschen twee treden bedraagt, zoodat derhalve als de eene stang opgaat, de andere naar beneden gaat. De mijnwerker, dienaar boven wil gaan, plaatst zich op de onderste trede van de eene stang, en wordt bij de opgaande beweging eene trede hooger gebragt; daar gekomen stapt hij op de tweede trede van de andere stang, welke nu naar boven gaat en hem weder een trede hooger brengt; nu gaat hij op de derde trede van de eerste stang over, en zoo vervolgens; hij plaatst zich steeds op de treden van de stang, welke eene opgaande beweging krijgt.—Bij het nederdalen is het natuurlijk omgekeerd.—Somtijds heeft men slechts eene stang en zijn de andere treden aan den wand van den put bevestigd, de mijnwerker gaat van de trede der stang op die van den put over en omgekeerd. Deze stangen worden door stoom of water in beweging gebragt.

Deskundigen in Cornwallis beweren, dat door dit middel de gemiddelde levensduur der mijnwerkers twintig jaren verlengd zoude worden, en dat de besparing van kosten op duizend arbeiders jaarlijks