Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/682

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 262 —

heeft men veelal zuigpompen. Bij diepe mijnen wordt het opbrengen van het water door ééne pomp hoogst moeijelijk, daar de geweldige drukking van de hooge kolom water vele lekken en herstellingen aan de pompen veroorzaakt; men pompt het water daarom door verschillende boven elkander geplaatste pompen in bakken waaruit de volgende pomp het weder oppompt. De afstand van die bakken, dat is de hoogte, waarop elke pomp het water opbrengt, is zeer verschillend; de ondervinding heeft geleerd, dat eene hoogte van 30 el het voordeeligste is. In de Cornwallsche mijnen is die hoogte 60 el, en in de Beijersche zoutgroeven wordt het water in eens 370 el hoog opgebragt. De stangen, waardoor de zuigers in beweging gebragt worden, zijn van hout. De hoofdstang is boven aan het werktuig, hetwelk de beweging geeft, verbonden, en gaat tot de onderste pomp door; de pompstangen zijn aan de hoofdstang verbonden (fig. 9.) zoodat door de beweging van die stang alle pompen Verbinding van de pomp met de hoofdstang te gelijker tijd werken. Daar het gewigt van die stangen aanzienlijk is, b.v. bij eenen 200 el diepen put wel 8000 pond, zoo moet het werktuig bij zuigpompen dien onnutten last bij het ophalen van het water mede optrekken; om dit nutteloos verbruik van kracht te verminderen, worden aan die stangen tegenwigten aangebragt, welke nagenoeg evenwigt met deze maken, en aan de stangen slechts zooveel overwigt laten, als noodig is voor de nederdalende beweging. Dit tegenwigt wordt op verschillende wijzen aangebragt; het kan b.v. geschieden door de stang van boven met het einde aan eenen hefboom te verbinden, welks andere einde met het tegenwigt belast is. Het gewigt der nederdalende stangen wordt ook wel eens gebruikt om perspompen in beweging te brengen.

De pompen worden in de meeste mijnen door stoomwerktuigen bewogen, doch ook wel door water; dit laatste is onder anderen op eene groote schaal in de zoutgroeven van Reichenhall gedaan, alwaar het zoute water in 14 verschillende verdiepingen 1035 el hoog door waterwerktuigen wordt opgebragt. Merkwaardig zijn de onlangs in de fabriek van cockerill te Luik vervaardigde twee stoomwerk-