Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/685

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 265 —

Van het hoogste gewigt bij den mijnbouw is eene behoorlijke luchtverversching. Is deze toch onvoldoende, dan wordt het verblijf in de mijn hoogst gevaarlijk voor het leven van de mijnwerkers; en werkelijk zijn jaarlijks honderden de slagtoffers van de gevolgen eener gebrekkige luchtverversching.

De ademhaling der arbeiders, het branden der lichten, de damp van het kruid, de schadelijke gassen, welke vooral in steenkolenmijnen ontstaan, zijn oorzaken van het bederven der lucht in de mijnen, en maken eenen aanhoudenden toevoer van versche dampkringslucht noodzakelijk. Het koolwaterstof-gas, de stikstof, het zwavelwaterstofgas en het koolzuur komen het meest in de mijnen voor; men moet door de luchtverversching deze gassen met zoo veel dampkringslucht vermengen, dat zij onschadelijk en uit de mijn verdreven worden.

Het koolzuur herkent men aan het slecht branden der lichten en aan de moeijelijke ademhaling; indien de lucht 1 à 2 ten honderd van dit gas bevat, is een langdurig verblijf daarin schadelijk; in grootere hoeveelheid aanwezig kan het eenen plotselingen dood ten gevolge hebben. Daar, waar het zich, zoo als in steenkolenmijnen het geval kan zijn, van zelf ontwikkelt, en er geen sterke luchtstroom in de mijn is, verzamelt het zich, zwaarder zijnde dan de dampkringslucht, op den vloer der galerijen en veroorzaakt somtijds groote ongelukken. Zoo daalden eens des morgens de mijnwerkers door den put in eene kolenmijn bij Creuzot in Frankrijk, waarin zich het koolzuur gedurende den nacht opgehoopt had; toen de onderste mijnwerker eenige ellen boven den vloer van den put en in de met eene groote hoeveelheid koolzuur vermengde lucht kwam, verstikte hij eensklaps en stortte naar beneden. Evenzoo de op hem volgende; de derde en vierde die hunne makkers wilden grijpen ondergingen een gelijk lot; de volgende, een ervaren mijnwerker, begreep de oorzaak van hunnen dood, en redde zich door naar boven te stijgen.

De ophooping van stikstof komt minder voor, en kan alleen daar plaats hebben, waar de zuurstof der lucht verbruikt is.

Het koolwaterstofgas is het gevaarlijkste van alle de gewoonlijk in de mijnen voorkomende gassen, niet zoo zeer wegens zijne verstikkende eigenschappen, maar omdat het ontploft of ontbrandt,