Naar inhoud springen

Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/71

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

— 47 —

Nederl. el. Die raming moet echter nog ver beneden de wezenlijkheid zijn.

Vele der vaste deelen hebben hunnen oorsprong uit de aangevoerde vloeistoffen, alzoo ook in de eerste plaats de bladen. Indien de vloeistof, die het voermiddel is van de opgeloste stoffen, waaruit de weefsels worden gevormd, en waaruit dus ook ontstaan de bladen en de loten en takken, die in het groeijend jaargetijde worden voortgebragt, dan zou de bovengemelde som nog moeten worden vermeerderd met die van het water, hetwelk noodig is geweest om de vaste stoffen, waaruit de nieuw ontstane vaste deelen bestaan, te vormen.

Er zijn planten, in welke sommige bladen eene geheel eigene wijze van ontwikkeling hebben. Ik bedoel de zoodanige, wier bladzoomen, met hunne randen vereenigd, als 't ware een' kruik of een' koker vormen, en in wier holten water bevat is. De Engelschen noemen ze "pitchers."



Wij kunnen ze planten met kruik-, of urnvormige bladen noemen.