Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/72

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 48 —

Men vindt ze in Oost-Indië (Nepenthes), in Australië (Cephalotus), in Noord- Amerika (Sarracenia), in Guyana (Heliamphora). Bepalen wij ons bij den eersten vorm, dien wij 't beste kennen, omdat Nederlandsch Oost-Indië dien oplevert. Het Oost-Indisch kruikblad, waarvan wij hier eene schets geven, is door zijne landgenooten genoemd naar Sir Thomas Stamford Raffles, den voormaligen Engelschen gouverneur onzer Oost-Indische koloniën, tijdens de overheersching der Franschen.

Dit gewas komt voor op Sumatra. Reeds voor eenige jaren van dat eiland in Engeland ingevoerd, werd het door mij in 1850 van daar in den Leidschen kruidtuin overgebragt, alwaar thans twee stevige voorwerpen van die merkwaardige plantsoort gekweekt worden. Men kende, reeds in de vorige eeuw, eenen vorm van dit geslacht, waaraan men den naam van Nepenthes destillatoria gaf, omdat men reeds destijds meende dat uit de plant in die kruikjes een vocht werd verzameld, als 't ware door eene soort van destillatie, en door hetwelk, indien die bekertjes hunne klepjes waarmede ze doorgaans gesloten zijn, doen openspringen, de plant op hare beurt zou worden besproeid en verkwikt.

Sedert eenige jaren kennen wij deze planten en hare huishouding, door de nasporingen, welke vooral op Sumatra, Java, Bornéo gedaan zijn door een Nederlandsch' reiziger, den onvermoeiden natuuronderzoeker Dr. p. w. korthals. Met ter zijde stelling van al wat ten deze onzeker is of fabelachtig, komen de daadzaken eenvoudig hier op neder.

De bekers zijn, vóór dat het klepje zich opent, meestal tot op de helft met vocht gevuld, hetwelk uit de binnen-oppervlakte ontstaat of afgescheiden wordt, maar niet afkomstig is van invallenden dauw of regen. Ook na het openen der bekers blijft de afscheiding van vocht voortgaan. Men zag in de ontledigde bekers op nieuws vocht afscheiden, en men heeft de opmerking gemaakt, dat die planten, welke in de schaduw groeijen, minder vochts in hare bekers hebben, dan die welke aan de zon zijn blootgesteld. Als de bekers 's avonds ontledigd werden, en sommige met een papieren hoedje waren gesloten, dan bevond er zich des morgens