Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/73

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 49 —

wel eenig vocht ook in de laatste, maar toch minder dan in de onbedekte. Des avonds hielden, na een warmen dag, de gesloten hoedjes niet minder vocht in dan de niet geslotene. Als men de bekers afsloot met fijne vliezen, door zijden draden om de randen bevestigd, verkreeg men alweder het bewijs, dat de afzondering van den dag die van den nacht overtrof. Dit vocht in die bekers is dus afkomstig uit het inwendige der plant en van de binnenvlakte van het kruikje zelf, en heeft niet van den dampkring zijnen oorsprong, gelijk men wel eens beweerd heeft.

Nepenthes eongso

Ten onregte heeft men aan die bekers (die men toch wel als eigenaardige blad-uitgroeijingen zal moeten beschouwen) een afwisselend sluiten en openen toegekend. Men behoeft slechts na te gaan, welke verandering de bekermond en het deksel zelf ondergaat, om te besluiten, dat dit op nieuw sluiten onmogelijk is. Het vocht zelf is flaauw zoet van smaak, en gaat buiten die bekers spoedig over tot bederf. Als men de stengels afsneed, en de planten alzoo in water plaatste, hield de afzondering van vocht in de bekers op. Het zijn dus de stengels in hare natuurlijke verhoudingen, waardoor het vocht, dat in die kruikjes wordt afgezonderd, moet worden aangevoerd, (korthals).

De beroemde schrijver over de planten van onze Oost-Indiën, in de 17de eeuw, george rumph, meldt ons de volgende bijzonderheden omtrent het gebruik van deze gewassen in Indië, en dit