Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/719

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 299 —

Nemen wij ten eerste, als de eenvoudigste en, althans in mijne omgeving, meest algemeen in gebruik zijnde inrigting, de gewone kolom-kagchel tot onderwerp onzer beschouwing. Zij staat, opdat er geene onzekerheid aangaande mijne bedoeling met dien naam kunne heerschen, hiernevens eerst in hare uitwendige gedaante en vervolgens in doorsnede, om ook het inwendige aan te toonen, afgebeeld.

Kolom kachel

De brandstoffen liggen daarin bij A op den rooster; de gassen die dáár door de verbranding worden voortgebragt, zoowel als het sterk verwarmde overschot van de dampkringlucht, die de verbranding heeft gevoed, stijgen op naar de opening B, gelijk de pijltjes dit aanwijzen, en gaan zoo door de pijp den schoorsteen in; terwijl er van onderen door de opening C voortdurend versche lucht toestroomt. Het is ontwijfelbaar, dat op deze wijze voor eene goede verbranding is gezorgd; want beide, afvoer der eerste en aanvoer der laatste, kunnen—indien de schoorsteen, waarin de pijp uitkomt, goed is, hetgeen wij hier en in het vervolg stilzwijgend vooronderstellen zullen,—in de ruimte en zonder de minste belemmering plaats grijpen. Maar gaat de warmte, die in zulk eene kagchel ontwikkeld wordt, niet voor een groot gedeelte met de gassen, waarin zij huist, den schoorsteen in en dus verloren? Hebt ge zulk eene in gebruik, waarde lezer, wel stook haar dan eens goed op en houd uwe hand