Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/733

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 313 —

voorbeelden van wanbegrip en onverstand, bij dergelijke kagchels ten toon gespreid, kunnen aanvoeren, maar acht dit overbodig, daar de belangstellende lezer, in den volgenden winter eens rondziende, eene genoegzame hoeveelheid daarvan zal kunnen aantreffen. Zijn deze alle nu gemaakt door menschen, die er meer van moesten weten, zij zijn ook gekocht en worden gebruikt door menschen, die er meer van weten konden!

Men make uit het over deze kagchels gezegde niet op, dat ik ze voor onovertreffelijk houde; zij zijn, wel is waar, naar mijn inzien zoo voldoende, als men van eene zoo eenvoudige en minkostbare inrigting verlangen kan, maar wanneer men een groot lokaal te verwarmen heeft, en dus de grootere kosten van aanleg door de besparing aan brandstoffen ruim vergoed worden, dan kan het beginsel der circuleerkagchels ook op die met mantels voordeelig worden toegepast. Ik wil dit, buitendien misschien reeds te omvangrijke, opstel niet nog langer maken, door eene uitvoerige beschrijving der inrigtingen, waardoor dit laatste doel wordt bereikt, en die door hare meerdere zamengesteldheid niet overal, maar slechts ter verwarming van groote lokalen met voordeel kunnen worden gebezigd. In het algemeen zijn die inrigtingen zóó gekozen, dat de heete lucht, uit den vuurhaard opstijgende, door twee of meer buizen, die evenzeer binnen den mantel zijn geplaatst, weder naar den voet der kagchel wordt geleid, om van daar door eene pijp, die onder den grond ligt, in den schoorsteen te geraken. Door dit laatste is men in staat de kagchel in het midden des vertreks te plaatsen, hetgeen bij groote lokalen natuurlijk zeer voordeelig is. Zóó is de, door de Fransche société d'encouragement in hare bulletins beschrevene, Calorifère (de Franschen munten uit in het vinden van mooije namen) van chaussenot te Parijs. Eenigzins anders, maar toch naar hetzelfde beginsel, is eene andere mede zeer goede kagchel ingerigt, die ik onlangs bij den Heer meylink te Haarlem zag, en die door dezen bekwamen man geheel naar zijne eigene vinding was vervaardigd.

Een voordeel van deze inrigtingen boven de gewone circuleerkagchels is ook nog gelegen in de omstandigheid, dat de wanden der eerste voor het grootste gedeelte van plaatijzer kunnen gemaakt