Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/735

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 315 —


pond van de eerste te verkrijgen, en dat dus uit deze opgave volstrekt niet volgt, dat de kolen, uit eene zekere hoeveelheid hout verkregen, bij hare verbranding meer, of ook zelfs zooveel warmte zouden geven als dit hout zelf, hetgeen reeds daardoor onmogelijk blijkt te zijn, dat het hout bij zijne verkoling reeds eene groote hoeveelheid warmte ontwikkelt.

Verder is ook nog het groote verschil opmerkenswaard, dat er tusschen hetzelfde hout, als het gewoonlijk winddroog en als het volkomen droog wordt aangewend, blijkt te bestaan. Dit verschil ligt aan niets anders, dan aan de groote hoeveelheid warmte, die er, voordat het niet geheel drooge hout branden kan, vereischt wordt om het daarin bevatte vocht in damp te doen overgaan. Vooral met het oog op deze onbetwijfelbare uitkomst, kan ik mij niet vereenigen met het veelzijdig aangeprezen hulpmiddel bij het stoken van steenkolengruis, het natmaken daarvan. Het is zeker dat dit daardoor iets geregelder verbrandt; maar of dit op kan wegen tegen het verlies aan warmte door de verdamping, daaraan meen ik te mogen twijfelen. In alle gevallen behoeft men dan toch het gruis niet waternat te maken, zoo als velen dit willen.

Om nu met behulp van de bovenstaande opgaven zijne keuze van eene brandstof te bepalen, moet men natuurlijk allereerst den prijs van een pond der verschillende brandstoffen kennen, en wanneer men dan voor elke het bijstaande getal door dien prijs deelt, dan zal deze de voordeeligste zijn, die daarbij het grootste getal tot quotiënt geeft. Het blijkt evenwel uit alles, wat wij boven over de verbranding en over de verschillende soorten van kagchels gezegd hebben, dat het niet alleen volgens deze berekening mogelijk is zijne keuze te bepalen; of, juister gezegd, dat men alvorens zich naar die berekening te rigten, zijne ondervinding van de kagchel die men gebruikt raadplegen, of anders die kagchel beproeven moet, om te kunnen beslissen of de zóó als de voordeeligste bekend gewordene brandstof, in die kagchel volkomen kan verbranden. Zoo kan b.v. hout, in eene met sterk trekkende kagchel,—al blijkt het ook in verhouding tot de warmte, die beide bij volkomene verbranding opleveren, veel duurder te zijn dan steenkolen,—toch voordeeliger zijn in het gebruik. Het