Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/751

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 331 —

Wij zouden niet eindigen, indien wij alles wilden opsommen, wat aan de oppervlakte der aarde en in de lucht, die haar omgeeft, te dezen aanzien merkwaardig is. Nog enkele opmerkingen mogen alzoo volstaan.

Wij zien op en in onze aarde duidelijke sporen van geweldige omwentelingen, die vroeger en later hebben plaats gehad. Wij zien echter, dat de reeks dier veranderingen nog geenszins gesloten is, gelijk wij dit hierboven reeds met een woord aanstipten. De stroom der wateren voert nog steeds de aarde aan dáár, waar aan vorming van grond de meeste behoefte is, waar namelijk de grond het laagst en het meest moerassig is. Als men nagaat, hoe vele duizenden lasten grint en zand en klei en kalk jaarlijks door onze groote rivieren van de hooger gelegene bergstreken worden afgevoerd, en òf tot het maken van wegen, òf tot het bakken van steen dienen, zoodat men wel eens gezegd heeft, dat de stad Dordrecht geheel uit het bezinksel der rivieren opgebouwd is; hoeveel daarvan tot bemesting en ophooging der landerijen en tot vorming van den besten bouwgrond dient; hoeveel daarvan naar zee wordt afgevoerd, aldaar de naauwkeurigste vermenging ondergaat èn van de aarddeelen onderling, èn van deze met den kalk der schelpdieren en de overblijfselen van planten en dieren uit de rijkbevolkte zee; hoe dit alles door den vloed uit zee wordt teruggevoerd en den voortreffelijksten bodem aan de lage zeeoevers schenkt; hoe die gronden zoo voortreffelijk en veelopbrengend zijn, dat het dubbel de moeite waardig is, die door dijken en dammen te bevestigen en in stand te houden; hoe de veenen zich nog heden ten dage vormen, juist daar, waar zij het meeste nut doen: in koude, vochtige streken, waar aan brandstof de meeste behoefte is. In warme landen staat de groei der gewassen bijna geen oogenblik stil, en de pas gevormde overblijfselen van plantaardige en dierlijke deelen worden bijna onmiddelijk weder tot nieuwe vormingen verbruikt, in eenen nieuwen omloop dadelijk als het ware medegesleept. Daar echter, waar de wasdom minder snel en de grond een gedeelte van het jaar met water bedekt of althans duurzaam vochtig is, worden vele der daar gevormde waterplanten, mossen en andere gewassen, juist door datzelfde water, dat den