Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/19

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 7 —

vormige uitzettingen van een darmkanaal bevat zoude zijn, doch dit schijnt voor de meeste soorten op eene dwaling te berusten. Men kan zich althans bij sommigen met zekerheid overtuigen, dat die zoogenaamde magen niet bestaan, maar dat de spijsballen zich enkel bevinden te midden der weeke massa, die de ligchaamsholte vult, want zij veranderen van plaats, ja in enkele gevallen (vooral duidelijk bij Lozodes Bursaria fig. 5 A) hebben zij eenen geregelden omloop, zoodat zij langs de eene zijde dalen, om langs de andere weder op te stijgen.

Het zijn niet enkel de grootere soorten, die zich aldus door het inwendig opnemen van spijs voeden; zelfs bij sommige zeer kleinen, b.v. die welke het eerst door ons vermeld zijn (bl. 2), gelukt het door kunstmatige voedering met fijn verdeelde kleurstoffen deze binnen in de ligchaampjes te brengen, iets dat in fig. 1 bij a door de zwarte stipjes in een paar der voorwerpen is aangeduid; en vergelijkt men nu hetgeen hier plaats grijpt met de wijze waarop de voeding bij grootere, eenen duidelijken mond bezittende soorten geschiedt, dan komt men tot het besluit, dat ook deze diertjes, hoewel zoo klein, dat eenige honderdduizenden van hen te zamen genomen slechts de ruimte van eenen kleinen speldeknop zouden innemen, toch nog van eene bijzondere mondopening voorzien zijn, zoo klein echter, dat zij aan onze tegenwoordige middelen tot waarneming geheel ontsnapt.

Bij het groote meerendeel der infusiediertjes neemt men, behalve de genoemde spijsballen, nog met een helder vocht gevulde blaasjes waar, of liever ruimten, want van een hen bekleedend vlies is geen spoor te onderscheiden (zie fig. 4 B a, D a, fig. 5 B a, fig. 6 A a). Deze ruimten, doorgaans een, twee, zelden meer in getal, trekken zich van tijd tot tijd plotselijk zamen, zoodat zij voor een oogenblik spoorloos verdwenen zijn, en komen dan weder op dezelfde plaats te voorschijn, om zich vervolgens na eenigen tijd wederom zamen te trekken, enz. Gewoonlijk verloopen er tusschen elke dier zamentrekkingen en uitzettingen eenige seconden. De eigenlijke beteekenis dier zamentrekbare ruimten is nog niet volkomen opgehelderd, en ook hieromtrent zijn de gevoelens verdeeld. Het waarschijnlijkst is wel, dat het or-