Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/307

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 293 —

ook niet te ras eene plant als Parasiet beschouwen, wanneer zij er eenigzins den schijn van aanneemt.—Het klimop hecht zich met tallooze worteltjes aan den olm en bedekt hem binnen weinige jaren met zijne taaije stengels en zijn digt gebladerte.—Maar veroordeelen wij het klimop niet: het is onschuldig. Zijne kleine worteltjes dringen niet in den olmboom door, en zuigen uit dezen hoegenaamd geen voedsel. Zij dienen alleen om steun te geven aan de zwakke plant en om haar vast te hechten, terwijl de ware wortel in den grond zit.—Snijden wij slechts het onderste gedeelte van den klimopstengel door, zoodat de gemeenschap tusschen plant en wortel verbroken is, dan zien we weldra, dat de stengworteltjes geen voedsel aan de plant geven en dat het bovenste gedeelte verdort en sterft.

Even zoo is dit het geval bij de tallooze Lianen in de wouden van de keerkrings-landen, en met de prachtige Bignonia radicans, die ook ons klimaat verdragen kan.—Ook de Paardenbloem, die op onze afgeknotte wilgen, en het groene mos, dat op onze vruchtboomen groeit, moeten wij niet van parasitisme beschuldigen. Als namelijk die wilgen en vruchtboomen oud worden, gaat hunne buitenste schors veelal tot verrotting over en verandert in eene korrelige zelfstandigheid, die met een laagje aarde gelijkstaat. Heeft zich nu in den hollen wilgenstam eene massa van die zelfstandigheid verzameld, en vindt een zwervend zaadje van de paardenbloem daarop rust, dan zal het ontkiemen en groeijen, als op den grond. Het mos, dat zich zoo spoedig vermenigvuldigt en een dun laagje aarde voor lief neemt, breidt zich langs de takken van den ouden appelboom uit, en groeit op zijne vergane schors, zonder evenwel voedsel uit den boom te trekken. Schoon het mos niet tot de parasieten behoort, is het echter op onze vruchtboomen zoo geheel schuldeloos niet, het omknelt de takken en hindert deze in hunnen groei; daarenboven is het eene verzamelplaats van vocht en ongedierte, zoodat een arbeidzaam hovenier het nimmer op zijne boomen duldt, maar met geschikte werktuigen uit den weg ruimt. — Even als het mos, zijn ook vele tropische Orchideën schijnbare, of onechte Parasieten. Wie de warme kassen van de botanische tuinen