Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/540

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 130 —

werden vervaardigd, naar verschillende oorden der wereld verzonden.

Deze vorm moge voor enkele der lezers nieuw zijn, de naam van het werktuig zeker niet; want men vindt op bladz. 188 en 189 van den 1en jaargang van het Album eene beschrijving van den stereoskoop, zooals hij ongeveer 15 à 16 jaar geleden door wheatstone is ingerigt. De lezer wordt uitgenoodigd, om zich bij vernieuwing bekend te maken met den inhoud van dat stuk, waarin slechts kortelijk de stereoskoop wordt aangehaald, omdat eene uitvoerige beschrijving daarvan toen niet in het plan van den heer logeman konde liggen; het volgende zal daardoor gemakkelijker verstaan kunnen worden.

Uit de afbeelding blijkt voldoende de zamenstelling van het eenvoudige toestelletje. Het is een houten kastje; op het deksel zijn twee korte metalen kokertjes bevestigd, waarin men twee naauwere uit en in kan schuiven. In deze laatste zijn vergrootglazen gezet, van eenen eenigzins afwijkenden vorm. Men heeft namelijk een vergrootglaasje of bolle lens midden door gesneden, van de beide helften de hoeken of horens rond weggeslepen, en in elke buis zulk eene halve lens geplaatst, in dier voege, dat het dikke gedeelte der glazen, dat vroeger in het midden der geheele lens lag, thans bij beiden naar buiten is gekeerd. Het uit- en inschuiven der buizen dient, om de lenzen op eenen afstand van het voorwerp te stellen^ die voor het waarnemend oog het meest voldoende is; het is toch bekend, dat niet alle menschen de loupe, waar zij door heen zien, even ver van het te beschouwen voorwerp houden; die afstand wordt door den toestand van het oog bepaald. De twee kokertjes staan op het deksel zoo wijd uit elkander, dat men gelijktijdig door beide glazen zien kan; en omdat bij kinderen en volwassenen de onderlinge afstand der oogen niet gelijk is, zoo kan men bij sommige inrigtingen de buizen ook nog eene geringe zijdelingsche beweging geven.

Onder aan den bodem van het kastje is eene naauwe sleuf afgebeeld; hierdoor kan men een gedrukt plaatje, eene daguerreotype of photographische afbeelding schuiven, zoodat deze, den bodem uitmakende, door de boven beschrevene halve lenzen kan waargenomen worden. Opdat de beelden in het kastje goed licht zouden