Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/58

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 44 —

op den versten afstand veel kleiner voordoen. Nu is dat verschil zoo gering, dat het niet dan door zeer naauwkeurige metingen kan worden waargenomen. Het is ons een nieuw bewijs, dat die afstanden niet veel verschillen, met andere woorden, dat de ellips, die onze aarde beschrijft, slechts weinig van den cirkelvorm afwijkt.

Om nu de ware grootte van de elliptische baan der aarde te kennen, behoeft men slechts aan de beide uiteinden van de groote as der loopbaan, den afstand van de zon, die in een der brandpunten staat, naauwkeurig te meten. Als de aarde (zie fig. 1) in haar perihelium b is, en men daar den afstand van de zon e b meet, en dan later als de aarde in haar aphelium, in a, is, weder den afstand van de zon a e meet; als men dan die twee afstanden zamentrekt, heeft men de geheele lengte van de lange as der baan a b. Als men dan weder van de helft van die lange as, c b, den kortsten afstand van de zon e b aftrekt, dan verkrijgt men daardoor c e als het bedrag der excentriciteit. Is dit eenmaal door waarneming bekend, dan is de geheele ellips in alle hare afmetingen ligt te berekenen.

Uit die waarnemingen is volgens de laatste zeer naauwkeurige bepaling van encke gebleken, dat de naaste afstand van de aarde tot de zon bedraagt 20,335,073 G. M., de verste afstand 21,029,585, hetwelk een gemiddelden afstand geeft van 20,682,329 G. M. De geheele lengte van de halve groote as der aardbaan bedraagt dus de ontzaggelijke som van 41,364,658 G. M. Het bedrag der excentriciteit is gevolgelijk ongeveer 171000 of naauwkeuriger in decimalen uitgedrukt, 0,016792 van de halve groote as; dat is eene lengte van 347256 G. M.

Alhoewel eene lengte van 347 256 G. M. nog al aanzienlijk genoemd mag worden, zoo is zij toch niet te vergelijken met de verbazende uitgebreidheid van de geheele baan der aarde. Om ons daarvan eene zinnelijke voorstelling te geven, behoeven wij slechts de verschillende grootheden, tot de baan der aarde betrekkelijk, met elkander te vergelijken.

Onze aarde heeft op hare evenachtslijn eenen omtrek van omstreeks 5400 G.M. en eene middellijn van 1719 G.M. of, naauwkeuriger