Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/610

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 200 —

uwer in reisbeschrijvingen zal hebben gelezen. Dubbele regenbogen zoowel van den hoofd- en nevenboog zijn zeer gemakkelijk te verklaren door de spiegeling der zon in het water; aan den oevei van de zee toch is het , dat men deze waarneemt. De teruggekaatste stralen, die als van eene zon komen, even zoover onder den hori- zont als het hemelligchaam zich er boven bevindt, veroorzaken deze dubbele bogen. Het water moet hierbij zeer stil zijn, dat aan zee moeijelijk plaats vindt, waardoor die dubbele bogen zeld- zaam zijn; zij doorsnijden elkander aan den horizont. Eindelijk vindt men nog enkele gevallen opgeteekend van regen- bogen, die elkander aan den top doorsnijden; hetgeen alleen kan ontstaan door dat er eene wolk is waar de zon zich als het ware in spiegelt, even als zoo even van het water werd vermeld.

 

halo's.

Verschijnselen die zeer veel met de regenbogen overeenkomen , zijn in de eerste plaats de Halo's. Het zijn gekleurde ringen om de zon welke in zekere jaargetijden zich voordoen; ze zijn aan den binnen- kant rood, aan de buitenzijde violet, en de kleinste cirkel heeft eenen halven diameter van 33° , de grootste van 46°. De verklaring is reeds voor lang door mariotte gegeven; het verschijnsel wordt veroorzaakt door de breking van het licht door de ijskristallen (naaldjes) die zich in de atmospheer bevinden. Die kristalletjes be- staan uit driehoekige regelmatige prismas , waarvan de zijvlakken hoe- ken vormen van 60° en loodregt staan op het grondvlak. Bevinden zich nu de assen horizontaal, dan kunnen die tweevlakkige hoeken het licht breken. Mogt iemand het vreemd vinden, dat wij alle die kristallen ééne positie doen aannemen, dan bedenke hij slechts dat die ligchaampjes bij het vallen , zeker die positie zullen aannemen, waarbij zij den minsten tegenstand ontmoeten ; en dan zullen alle ongeveer dezelfde rigting verkrijgen. Soms vertoonen zich de Halo's als slechts één kring, die rood is aan de binnenzijde en in een blaauwachtig wit uitloopt. Soms ziet men twee kringen , waarbij de buitenste de verschillende kleuren van den regenboog meer of min duidelijk vertoonen, altoos met het rood het binnenst.