Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/611

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 201 —

Om de zon worden nog andere gekleurde ringen van kleinere afmeting, van 1° tot 4° diameter, opgemerkt, waarvan de kleuren juist tegenovergesteld gerangschikt zijn ; het violet van binnen en het rood van buiten. Deze ringen worden door waterdruppels van zeer kleine en gelijke afmetingen daargesteld. De verklaring voor deze ringen, die men kroon noemt, zou ik moeijelijk hier kunnen geven. Het verschijnsel wordt verklaard door hetgeen men noemt interferentie. Men kan die ringen gemakkelijk kunstmatig daar- stellen door eene glasplaat met een fijn poeder, b.v. lycopodium te bedekken en hierdoor naar de zon of de vlam eener kaars te zien; terwijl bij koud weder de nedergeslagene waterdamp op de glasruiten van uw rijtuig, u om de vlam eener gaslantaarn die kroon dikwijls zal vertoonen. Een verschijnsel, dat hierbij te huis behoort, toont zich in den nevel om de schaduw des waarnemers.

Om een treffend voorbeeld mede te deelen , haal ik het door den reiziger scoresby vermelde hier aan. Wanneer op de zee een nevelboog van ongeveer 50 of 60 ellen ligt , dan ziet men toch de zon zeer helder, en een waarnemer op de mast geplaatst ziet om de schaduw van zijn hoofd kleurige ringen. De binnenste ring is zoo klein , dat hij bij zijn sterken glans eene tegenzon (Anthelius) of glorie om het hoofd des waarnemers geeft. Bij zeer dikken nevel en op eene hoogte van 70 ellen boven de oppervlakte der zee, waren er, in plaats van eenen binnen helderen ring, twee ringen. Zij gaven de kleuropvolging van wit of geel en rood, daarop purper , blaauw, groen, geel, rood, terwijl eindelijk nog eene derde kleuropvolging, doch eene zeer zwakke, werd waargenomen. Deze ringen ontstaan door zoogenaamde straalbuiging, interferentie, welke door dampdeeltjes nabij het hoofd veroorzaakt worden.

 

parahelische cirkels.

Dikwijls neemt men bij de Halo's eenen horizontalen lichtcirkel waar, welke door het hemelligchaam gaat en als cirkelboog eene zekere uitgebreidheid heeft. Die kring is binnen de Halo minder helder, dan daar buiten, en bestaat over het geheel uit ongekleurd licht. Hij wordt voortgebragt door de terugkaatsing van het licht