Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/469

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

OVER DE DOODE ZEE

DOOR

Ds. A.T. REITSMA.

 

 

De aarde, die wij bewonen, is zeer rijk in hoogst merkwaardige verschijnselen. Wat zij in haren geheimzinnigen schoot verbergt, moge voor het grootste gedeelte geheel buiten den kring onzer waarneming zijn gesloten; wat echter van haar buitenste schors, in den laatsten tijd is aan het licht gebragt, doet ons eenen diepen blik in hare vroegste geschiedenis slaan. Ja! onze aarde heeft ook hare geschiedenis en wel eene zeer merkwaardige geschiedenis, die opklimt tot eenen tijd, toen nog geen menschelijk wezen hier ademde; ja die zelfs alle organisch leven duizenden en duizenden jaren is voorafgegaan. Gelijk de geschiedkundige uit de monumenten en oorkonden van vroegere eeuwen de geschiedenis van het menschelijk geslacht tracht op te sporen, zoo vindt de geoloog in de op elkander volgende aardlagen, in den bouw van vaste landen en zeeën, van bergruggen en hoogvlakten, van vulkanen en eilanden, van stroomen en meeren de onwraakbare dokumenten, die getuigenis geven van de ontzaggelijke omwentelingen en veranderingen, die onze aarde in eene reeks van tallooze eeuwen heeft ondergaan.

Maar onze aarde vertoont ook op hare voor allen toegankelijke oppervlakte verschijnselen, die als hoogst belangrijke bijdragen tot hare geschiedenis mogen worden aangemerkt; verschijnselen, die zoozeer van het gewone beloop der dingen afwijken, dat men ze haast als uitzonderingen op den gewonen natuurregel zouden kunnen aanmerken.

Bij eene van de opmerkelijkste plekken op de oppervlakte van onzen aardbol wenschte ik thans de aandacht te bepalen, Zoo er toch eene plek is aan te wijzen, waarop vele uiterst merkwaardige en geheel ongemeene verschijnselen als in een kort bestek te