Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/510

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
88
EEN VULKANISCH VISCHJE.

deren op natuurwonderen gestapeld zijn. Wat moet hij niet gevoeld hebben, de groote von humboldt, toen hij, in het volle bezit zijner edele en groote hoedanigheden van geest en ligchaam, begaafd met een helder oog en eene ziel vatbaar om getroffen te worden door de wonderen die hij aanschouwde, de Andes doorkruiste en met zijnen vriend bonpland waarnemingen en ontdekkingen stapelde op den schat van geleerdheid, dien hij reeds bezat, voor hij met eigen oogen zien mogt in de geheimen der natuur. Wij zien hem daar in opgetogenheid stilstaan bij eene prachtvolle Orchidee, ginds zien wij hem zitten onder het reusachtige koepeldak gevormd door een Tamarindus, waarnemingen makende over de lichtende deelen van eenen Elater. Daar wordt zijn voet gewond door de stekels der Cacteën en Aroïdeën, maar hij vergeet de pijn door het zien van eene Agaricus aan den wortel van reusachtige boomvaren. Maar voort spoedt hij zich uit die nooit door een menschenvoet betredene wouden, en de zon der schaduwlooze savannen verschroeit zijnen schedel, terwijl eene kudde buffels met donderende hoefslagen vlugt en in de verte eenige lama's grazen in de reusachtige Gramineën. Zijnen dorst lescht hij in wateren bedekt met Nymphaeae en bies- en rietsoorten te veel om te noemen. Ginds echter ligt het doel van zijnen togt; daar verheffen de Cordilleras hare toppen en baden hare kruinen in de blaauwe doorschijnende lucht. Hooger en hooger klimt hij en ziet den plantengroei afnemen, maar een nieuw genot is voor hem weggelegd in den aanblik dier klipgevaarten, welker stoute vormen en onafzienbare kloven hem doen duizelen als hij het waagt naar beneden te zien; hij hoort de echo's der rotsen elkander antwoorden tot verbazing van zijne ziel, hij ziet luchtverhevelingen en hemellichten schitteren in de stille nachten, en, als de dag aanbreekt, zweeft de Condor onmeetbaar hoog boven hem in den optrekkenden nevel. Zie hem daar staan aan den rand van eenen krater, peinzende over de ontzaggelijke natuurkrachten die zulke massa's lava konden opheffen: een zwarte rook krult hoog boven zijn hoofd; ammoniadampen beletten hem te ademen en kokend water spoelt den puimsteen naar beneden over een bed van klei met zwavelzuur doortrokken. Daar, op 2000 mijlen boven het vlak der stille Zuid-