Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/613

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
187
OVER DEN BAARS

hij, volgens rudolphi, niet minder dan zeven verschillende soorten van ingewandswormen die hem het leven benemen kunnen; de vorst doet hem veelvuldig sneven; en de grootste en listigste zijner vijanden, de mensch, spaart geene moeite om hem magtig te worden. Overigens is hij zeer taai van leven; pennant zegt dat een baars in droog stroo gewikkeld, zestig mijlen ver verzonden kan worden zonder te sterven; ook in Parijs wordt hij levend aangebragt, niettegenstaande hij in de vijftig mijlen ver af gelegene wateren van la Bourbonnais gevangen wordt; men vervoert hem daar echter in met gaten doorboorde bakken, langs het kanaal van Briart.

Onder die visschen, welker kleur gewijzigd wordt naar het water waarin zij leven, of naar de geaardheid van den grond boven welken zij zwemmen, zoo als dit b.v. in hooge mate het geval is met de zeelt, behoort ook de baars; zijne kleuren van rug en vinnen zijn minder helder op veengrond dan op kleigrond en het meest uitkomend op harden witten zandgrond. Dan vertoont de baars zich in al den luister van zijnen kleurenrijkdom; de groenachtige rug heeft dan een gouden en de witte buik een zilveren weerschijn; dan is het vlies van de eerste rugvin bruin met zwarte vlekken, dan zijn de tweede rugvin en de borstvinnen lichtbruin, maar de buik- en aarsvinnen en de staart schitterend vermilioen van kleur.—De schubben van den baars verdienen niet minder onze aandacht. Zij zitten op overlangs loopende rijen, welke elk ongeveer zeventig schubben bevatten, terwijl er van de rugvinnen tot aan de middellijn des buiks dertig zulke rijen zijn, en het geheele getal schubben aan elke zijde gevolgelijk ruim twee duizend en in het geheel dus ruim vierduizend is. Deze schubben eindigen in vijf, zes of zeven vingervormige uitsteeksels en bevatten eene groote hoeveelheid van die bijzondere, als zilver blinkende stoffe, welke vrij algemeen in het rijk der visschen gevonden wordt; om deze redenen worden zij veel gebruikt tot het vervaardigen van valsche parelen en voorheen ook tot zeer fraaije borduurwerken op sjerpen, banden en tassen (reticules). De schubben dienen den visch tot organen van betrekking met, en van bescherming voor de middenstoffe waarin zij leven; doch hoewel eene schub langen tijd weerstand biedt aan de verrotting, zoo heeft de