Pagina:Album der Natuur 1860.djvu/205

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
179
OVER DE NOORDPOOLREIZEN IN DE LAATSTE JAREN.

een scheepskameel. Eerst na ontzaggelijk veel moeite gelukte het het schip van dezen belemmerenden last te bevrijden. Men kon weer onder zeil gaan op eene zee, die bedekt was met lage ijsbergen en verweerde schotsen van de meest fantastische gestalten. Den 16 Junij kwam men te Godhaven op de Groenlandsche kust aan.

Na eene kortstondige rust werd de reis reeds den 22 Junij weder hervat en noordwaarts voortgezet. Reeds den 24 geraakten zij weder in het pakijs bezet, hetwelk gewoonlijk de Baffinsbaai voor een groot deel vult. Na herhaalde en moeijelijke pogingen om voor den winter deze ijsbarrière door te breken en zich, gelijk vroeger, westwaarts door Lancaster-sund naar het Wellington-kanaal te wenden, zag kane zich in de noodzakelijkheid voor dit jaar den togt naar het noorden op te geven en naar New-York terug te keeren.

Reeds in December werd hem aldaar het bevel over eene tweede expeditie naar de Noordpool opgedragen. Hij moest trachten langs de westkust van Groenland zoover mogelijk naar de Noordpool door te dringen, waar hij hoopte eene ijsvrije zee te vinden. Reeds den 30 Mei 1853 verliet hij New-York en bereikte den 1 Julij de kusten van Groenland: vandaar ging het onder gedurigen strijd met ijsbergen en drijvende ijsvelden voorwaarts tot aan kaap Aiexander en kaap Isabella, aan den ingang van Smith-sund. Eene tot hiertoe door niemand bevaren zee lag nu voor hen.

Reeds den 7 Augustus stootte men op pakkijs, dat uit zeer zware schotsen zamengesteld en reeds verscheidene winters oud was. Hoe verder men in dit ijslabyrinth boorde, des te sterker hinderpalen ontmoette men allerwege. Eindelijk den 20sten Augustus brak een vreeselijke storm los. De ankertouwen, waarmede men het schip aan een ijsberg vastgemaakt had, scheurden vaneen. In een naauw vaarwater, aan de eene zijde door een aan den oever vastzittenden steilen ijsmuur van 30 tot 40 voet dikte, aan de andere zijde door den rand van het vaste pakijs begrensd, terwijl de drijvende ijsklompen en bergen door den storm voortgezweept, onophoudelijk het schip beukten en telkens dreigden te vermorselen, scheen de ondergang onvermijdelijk. Door verbazende krachtsinspanning en door eene verwonderenswaardige tegenwoordigheid van geest gelukte het aan kane om eindelijk het