Pagina:Album der Natuur 1860.djvu/209

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
183
OVER DE NOORDPOOLREIZEN IN DE LAATSTE JAREN.

voerde toch geen drijfijs aan. Het Kennedy-kanaal, dat hier ongeveer 35 mijlen breed is, was van de eene tot de andere kust volkomen vrij van ijs. De tegenover liggende kust was steil; daarachter verhieven zich hooge bergen, die er als piramyden van op elkander gestapelde kogels uitzagen. Het landijs hield eindelijk geheel op en de golven braken onmiddellijk aan de steile klippen. Zij moesten dus hun weg op het vaste land voortzetten. De grond was zoo groen, als zij dien in langen tijd niet gezien hadden. Ofschoon het nog vroeg in het jaar was, had de grasanjelier reeds knoppen gezet.

Zoo zetten zij hunne reis voort tot kaap Constitution. Het was hun onmogelijk dit vooruitstekend punt om te trekken en te zien, in welke rigting de kust zich verder voortzet. Van het hoogste standpunt op de kaap zagen zij noordoost van zich aan de tegenoverliggende kust, op een afstand van ongeveer 50 mijlen, eenen van boven stomp toeloopenden kalen bergkegel. Men gaf aan deze piek, het noordelijkste bekende land onzer aarde, den naam van Edward Parry. Het ligt op 82° 27' noorder breedte.

Daar zij geen kans zagen verder noordwaarts door te dringen, namen zij de terugreis aan en kwamen den 10 Julij weder aan boord terug.

De zomer van 1854 spoedde ten einde—en nog zat het ijs tusschen Smith-sund en Baffinsbaai onbewegelijk vast. Bij het treurig vooruitzigt van nog eenen winter in dezen ijskerker door te brengen, kwam nog, dat men daarvoor slecht toegerust was. Het ontbrak aan gezondheid, brandstoffen en levensmiddelen. Om zich echter zooveel mogelijk tot eene tweede overwintering voortebereiden, werd eene poging gedaan om zich met het eskader van Belcher op het eiland Beechey in verbinding te stellen en zich van daar met levensmiddelen te voorzien. Maar die poging mislukte. Kane, die met eenige manschappen eenen togt met eene walvischboot derwaarts ondernam, zag zich door het drijfijs gedwongen onverrigter zake terug te keeren.

Nu was goede raad duur. Er bestond weinig hoop om met het schip een open vaarwater te bereiken. Reeds in Augustus vertoonden zich de voorboden van den naderenden winter. Van booten kon men