Pagina:Arbeiders.djvu/237

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

235

"Nog een ordeteeken," antwoordde haar man en hij verliet het salon. Men had hem namelijk wijs gemaakt, dat de Duitsche vorsten, wanneer zij aan eene badplaats vertoeven; altijd ordeteekenen mede nemen, en dat het zeer gemakkelijk gaat, er een te krijgen.... inzonderheid wanneer reeds een lintje op de borst prijkt.

De familie Falck-Olsen reisde dus naar Ems en een paar weken later ontving Caroline Hjelm een' brief van Louise, waarin o.a. stond: "Je kunt niet half gelooven, hoe heerlijk het voor mij is, des morgens wakker te worden en niet meer aan Hans te moeten denken.

"Dat ik zoo dom kon zijn! Wij pasten volstrekt niet bij elkander. Gisteren reden wij op ezels en een Engelschman, die ook van de partij was (Papa zegt dat hij een Lord is), is er zoo stijf van, dat hij nauwelijks kan zitten als andere menschen, maar een gedeelte van zijne ruggegraat moet gebruiken."

Caroline was onvoorzichtig genoeg deze regels aan hare moeder voor te lezen, en den volgenden dag zeide Mevrouw Hjelm tot neef Hans: "Je hebt Louise Falck-Olsen juist beoordeeld. Het buitenland heeft haar reeds in den grond bedorven."

Neef Hans zuchtte.

Anders de almachtige was werkelijk zwak van geest geworden.

Een paar dagen later veroorzaakte hij in het Departement een groot schandaal, door dingen te vertellen, die niet verteld mochten worden. De minister zag zich genoodzaakt krachtige maatregelen te nemen en door bemiddeling van den Redacteur Mortensen gelukte het den ouden trouwen dienaar bij zekere Madam Gluncke, die naaimeisjes hield, onder dak te brengen.

Hier gevoelde hij zich zeer gelukkig. Toen men onderzocht, hoe het met zijne geldzaken stond, kwam men tot de ontdekking, dat hij, inzonderheid in de laatste