Pagina:Arbeiders.djvu/238

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

236

jaren, groote sommen ja, onbegrijpelijke groote sommen in de spaarbank had geplaatst. Nadat hij eenigen tijd met de levenslustige meisjes in de naaischool van "Malle Bimbam" had verkeerd, scheen hij weldra het Departement en wat daartoe behoorde, vergeten te hebben.

Daarentegen werd hij een trouw bezoeker van de kerk... en plaatste zich altijd aan den kant, waar de vrouwen zaten. Voor menige jonge dame was het een stichtend genot den eerwaardigen grijsaard in haar psalmboek den text van het gezang te laten volgen; men werd er bijna van geroerd naar het bleeke gezicht en het sneeuw witte haar, dat in lokjes op den jaskraag viel, te kijken.

Intusschen werd de pluimbal door de pers met eene woede, die bijna aan razernij grensde, heen en weer geworpen en inzonderheid was de oppositie zeer ijverig.

Eerst begreep men niet, wat de ambtman Hiorth eigenlijk in het Ministerie moest doen, een man, dien niemand kende. Zoo ook werden er toespelingen gemaakt op een vreeselijk schandaal, dat in het Departement van den minister Bennecken moest hebben plaats gehad; documenten moesten verdwenen zijn, geheime verbergplaatsen aan het licht zijn gekomen, waarin de gewichtigste staatsstukken gestopt werden, en eene menigte ontdekkingen van de bedenkelijkste soort zijn gedaan.

De mondelinge geruchten, die in omloop kwamen, waren van erger soort; er werd gefluisterd, dat de minister in zeer nauwe betrekking had gestaan tot een zeer slecht ter naam en faam staande vrouw, eene zekere madam Gluncke; buitendien wist de geheele stad, dat twee der kinderen van de familie, na eene hevige familie-scéne, hals over kop naar Amerika waren vertrokken.

Maar waar toch Anders, de almachtige gebleven was, met dit vraagstuk hield men zich het meest bezig.

De minister droeg zijn hoofd nog een weinig hooger