op aller gelaat. Verrassing bij de minderheid, bij die personen, die wel kennissen van de Prinses waren, maar niet hare vertrouwden; — schrik en verwarring bij de meerderheid, bij de vrienden van den huize en de partijgangers van Modet. De gastvrouw zelve, schoon zij zich zeer goed meesteresse bleef, werd zeker door geene zwakkere aandoeningen bewogen, terwijl zij vooruit trad en met de meeste hoffelijkheid de nieuwe gast verwelkomde. Toch scheen het haar zwaar te vallen op een lossen en blijmoedigen toon de woorden te uiten, die zij sprak:
»Zijt mij hoogst welgekomen, edele vrouw van Nieuwenaar! Overzeker, Gravinne! de eere treft mij zeer bijzonder, een bezoek van u… en dat, schoon ik zoolang reeds op dat punt schuld had jegens Uwe Genade…"
»Datzelfde is oorzaak van mijne komst, chère cousine," hernam de Gravin, terwijl zij langzaam en statig haar tocht door de zaal voortzette, nu geleund op den arm der Prinses, tusschen de rijen der gasten door, die zich ter weerszijden schaarden. »Ik merkte op, dat gij mij verwaarloosdet. Men zeide mij, dat gij erger nog dan dit tegen mij pleegdet. Men sprak, men lasterde zooveel; ik voor mij geloofde niets, geloofde alléén, dat uwe jeugdige zinnen, tot vermaak geneigd, de oude vriendin verwaarloosden, aan wier zijde jolijselijke vreugdigheid niet meer te vinden was, en wier strenge propoosten u konden vervelen; maar niet…," en zij zeide die laatste woorden op luiden en gullen toon, »niet, dat gij u zoudt gevoegd hebben bij onze vijanden."
Voorzeker, de Gravin moest eene volmaakte tooneelspeelster zijn, of eene edele en groothartige vrouw, dat zij die woorden met zooveel adel, zooveel waardigheid en zooveel kalmte wist te zeggen, terwijl zij daarbij de blikken met eene zekere vastheid op de Prinses richtte, en daarna de zaal rondzag. En werkelijk was hare bedoeling met dit bezoek edelmoedig en goedhartig, Zij had met haar gemaal verschil gehad over den aard