— Ja, dat was het! en gij begrijpt toch wel, Ridder! dat ik dien jongen Hollander niet beschermd zou hebben, zoo hij niet noodig ware geweest! integendeel, zoowel als gij, had ik een éclat gewenscht op dat oogenblik, want daarbij ware menig andere ook in groote verlegenheid gekomen:… maar de Prinses zou Maria toch voor volkomen nederlaag hebben behoed, en de wapenen, waarmee ik zeker treffen kan, waren nog niet in mijne hand.
— Menige andere! wat bedoelt gij daarmeê Mevrouw? — en René trok de wenkbrauwen samen, alsof hij in hare ontschuldiging zelve nog meer reden vond tot verwijt.
— Daar moet iets zijn voorgevallen tusschen Lucienne d’Arcy en den Landgraaf bij hunne wandeling; gij hebt het niet kunnen opmerken, want gij waart in het hachelijkst oogenblik van uw strijd; maar ik wel, die het van uit de groote laan zien kon hoe ze ieder van eene andere zijde naderden! — En dan nog is mij de verwarring der Prinses Louise zeer verdacht…
Tot hier toe had de l’Espine tot haar gesproken koel, en wel ontevreden, maar zonder drift of heftigheid.
Nu scheen zijn toorn op eenmaal den teugel van zelfbedwang af te werpen. De aderen zwollen hem op het voorhoofd, dat zich hoog kleurde; de trekken van zijn beeldschoon gelaat verwrongen zich dus, dat het iets schrikwekkends werd, eene uitdrukking van kwaadaardigheid, die akelig was om aan te zien.
— Naar de Prinses Louise verbied ik u om te zien, of zelfs ook maar van haar te spreken, sinds uwe valsche tong een waas van dubbelheid weet te spreiden over het klaarste. Ik heb met haar gewandeld, en zij was daar met mij dat zij u genoeg!
— Het is mij genoeg, Ridder! mijn Hemel! ik heb immers niets meer noodig, dan te weten dat gij het zoo willt!
— Ja, ik weet wel, dat gij mij deze bekentenis ontlokken wildet; maar geloof, Mevrouw! het is geene confidentie, het is niets dan eene waarschuwing. En maak nu gebruik van hetgeen gij mijn geheim acht op de wijze die gij liefst wilt en u best dunkt; maar wees zeker, dat dit geheim in Frankrijk niet duur zal betaald worden, en in Holland uiterst gevaarlijk is te bezitten. Ik heb geen enkelen vertrouwde in dit kasteel. Dezen morgen, toen ik verwittigd was dat de Prinses was uitgereden onder een geleide,