Pagina:Catalogus der schilderijen in het Museum Kunstliefde te Utrecht.djvu/17

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
xiii
van het museum.

Waardgelders), enkele aankoopen meestal van zuiver topographisch belang (maar toch ook de Verzoeking van St. Antonius). Van Lienders Oude gracht en enkele stukken van onzekere herkomst. — De 2e editie van den catalogus, kort na 1847 verschenen, bevatte meer: men vond er behalve de bovenvermelde twee stukken van de Teekenacademie (De biddende Petrus en Huchtenburgs Bataille) en de drie Droochsloots uit het Kranegasthuis nog het schoorsteenstuk van Doudijns, dat bij de verbouwing van de raadzaal in 1845 zeker van daar verwijderd was, en verschillende geschenken, waaronder vermelding verdienen Droochsloots Ganzenmarkt en de portretten van D. De Goyer, Karel V en den »Oude van 39 jaren;” ook Rosemales St. Janskerk was sedert 1838 verkregen.
 Eene schenking van meer omvang verdient afzonderlijke vermelding. Wij kunnen aannemen, dat de schilderijen van de kloosters en de broederschappen, voor zooverre die aan de stad Utrecht ten deel gevallen waren en niet op het stadhuis geëxposeerd waren (zooals de portretten van de Jeruzalembroeders), bij de instorting van de Aalmoezenierskamer zijn ondergegaan; ook enkele stukken van gilden [1], waarvan eenigen in het gebouw der Aalmoezenierskamer vergaderden, kunnen daarbij geweest zijn. Eene derde categorie van schilderijen-collectiën was die der gasthuizen. Deze collectiën waren zeker niet onbelangrijk. Wij weten, dat het St. Jobsgasthuis alleen 51 schilderijen bezat [2]; van het Kranegasthuis zijn vijf kapitale stukken tot ons gekomen; het H. Kruisgasthuis bewaarde tot voor eene halve eeuw een altaarstuk van Scorel; het St. Antoniusgasthuis een groot stuk van G. Van Honthorst [3]. Wie weet,


  1. De schilderijen van het Smedengild alleen zijn nog bewaard. Zij hangen thans in het Eloyengasthuis in de Boterstraat. Het meerendeel dezer collectie is onbeduidend: er is echter een R. Savery, veel gelijkende op No. 73 van dezen catalogus.
  2. Zie de lijst van 34 daarvan bij: Muller, Schildersvereenigingen te Utrecht, p. 133.
  3. Dit stuk werd eerst in de vorige eeuw aan het gesticht geschonken. De eigenlijke collectie van het gasthuis, vermeerderd met enkele zeker merkwaardige oude stukken uit het Karthuizerklooster Nieuwlicht bij Utrecht, is spoorloos verdwenen. Ziehier wat daarover de inventarissen der meubelen van het St. Antonie-gasthuis mededeelen:

    I. (1603?)

    „Een schilderije van St. Anthonis temtatie met vergulde lijsten. (Niet dezelfde als de onder No. 2 hierna beschrevene schilderij.)
    Een schilderije gecommen van Octaviaen dell Ponto met ut supra. (Zie hierna p. XVII Noot 2.)