Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/196

From Wikisource
Jump to navigation Jump to search
Deze pagina is gecontroleerd
180
OVER DE WETTEN DER VERANDERLIJKHEID.

sterkst uitgedrukt in de basterden van de meest verschillende soorten. Let nu eens op de verschillende rassen van duiven. Zij zijn afkomstig van eene duif van eene blaauwachtige kleur, met zekere strepen en merken. Zoodra een ras door eenvoudige wijziging eene blaauwachtige kleur aanneemt, vertoonen zich ook de strepen en merken onvermijdelijk, doch zonder eenige andere wijziging in den vorm of in de kenteekenen. Als de oudste en zuiverste rassen van verschillende kleuren gekruist worden, zien wij een krachtig streven naar de blaauwe kleur en de strepen en merken in de kruislingen verschijnen. Ik heb boven bewezen dat de waarschijnlijkste vooronderstelling, waarom zeer oude kenmerken weder te voorschijn komen, deze is: er bestaat een streven bij de jongen van elke opvolgende generatie om het lang verlorene kenmerk te vertoonen, en door onbekende oorzaken wordt dat streven somtijds met een goeden uitslag bekroond. En wij hebben zoo even gezien dat in verscheidene soorten van het geslacht Equus de strepen donkerder zijn of meer algemeen voorkomen bij het veulen dan bij het volwassene dier. Noem nu de rassen van duiven-soorten—er zijn er die eeuwen aaneen zuiver gebleven zijn—en hoe volkomen gelijk is hetgeen bij de duiven voorvalt aan hetgeen wij bij de paarden zien! Wat mij betreft, ik zie duizend bij duizende generatiën terug, en ik zie een dier, gestreept als een zebra, maar overigens misschien zeer verschillend ingerigt en gebouwd—de stamvader van ons tamme paard—hetzij het al of niet afkomstig is van een of meer takken van dien stam, van den ezel, den hemionus, den koeagga of den zebra.

Die gelooft dat elke soort van het geslacht Equus onafhankelijk geschapen is, zal, dunkt mij, moeten beweren, dat elke soort geschapen is met eene neiging om te veranderen, zoowel in den tammen als in den wilden staat, en wel op die bijzondere wijze, dat zij dikwijls gestreept wordt, gelijk andere soorten van het geslacht; en verder, dat elke soort geschapen