Pagina:De ademhaling der planten (1878).djvu/12

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
8
DE ADEMHALING DER PLANTEN.

Ingenhousz aan deze belangrijke ontdekkingen knoopte. Maar van groot gewicht is het te weten, dat hij terstond de overeenkomst inzag tusschen de luchtbedervende werking der planten en de ademhaling der dieren. De zuivering der lucht daarentegen beschouwde hij als een bizonder verschijnsel, dat slechts aan groene plantendeelen onder de inwerking van het licht wordt opgemerkt.

Toen Ingenhousz zich met deze studiën onledig hield, kon de scheikunde nog bijna geen opheldering geven omtrent den waren aard van deze merkwaardige veranderingen in de eigenschappen der lucht. Doch in de jaren, die op zijne publicatie volgden, ging deze wetenschap met reuzenschreden vooruit, en na omstreeks twintig jaren kon hij hare resultaten op zijne waarnemingen toepassen, en op deze zoodoende een geheel nieuw licht werpen. Richten wij daarom onzen blik op de vorderingen der scheikunde in dien tijd.

Lavoisier had aan haar onderzoek een geheel nieuwe richting gegeven, toen hij haar leerde de verschijnselen naar maat en gewicht te beoordeelen. Ik behoef u wel niet die reeks van schitterende onderzoekingen in het geheugen terug te roepen, door welke Lavoisier de schepper der tegenwoordige chemie werd. Doch het zij mij vergund u te doen opmerken, dat de invloed van vele zijner ontdekkingen zich ook in andere wetenschappen krachtig deed gevoelen. Ik noem in de eerste plaats de analyse der dampkringslucht. Reeds had Priestley door verhitting van kwikoxyde zuurstof bereid; Lavoisier ging verder, en wist, door oxydatie van het kwik, aan atmospherische lucht alle zuurstof te onttrekken en het bewijs te leveren dat de lucht geen element is, gelijk men vroeger meende, maar een mengsel van twee verschillende gassoorten. Hij