Pagina:De voeding der planten (1886).djvu/49

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
41
DE BOUW EN DE VERRICHTINGEN DER BLADEN.


verbranding koolzuur en water oplevert. Zulke stoffen worden in de natuur alleen door levende organismen voortgebracht, en dragen daarom den naam van organische. Wij zagen verder dat koolzuur en water de materialen zijn, waaruit de plant hare bouwstoffen maakt, en dat daarbij koolzuur aan de lucht wordt onttrokken en zuurstof aan deze teruggegeven. Er bestaat dus in dit opzicht een tegenstelling tusschen deze zoogenoemde koolzuur-ontleding en de ademhaling van planten en dieren. Niet onder alle omstandigheden vindt de eerste plaats; zij is, behalve aan de gewone voorwaarden van het plantenleven, zooals warmte, vocht, enz., en behalve aan de aanwezigheid van koolzuur in de lucht, nog gebonden aan de vervulling van twee voorwaarden: licht en bladgoen. Slechts groene, door voldoend licht beschenen plantendeelen kunnen het koolzuur ontleden; niet groene deelen, of in het donker gehouden organen, vertoonen dit verschijnsel nooit.

De in het eerste hoofdstuk beschreven groeven leerden ons de verandering kennen, die de lucht tijdens het besproken proces ondergaat. Wij konden uit het feit dat het koolzuur verdwijnt en de zuurstof der lucht in hoeveelheid toeneemt, afleiden, dat de koolstof in de bladen in de eene of andere verbinding wordt teruggehouden. Met de kennis der uitwendige verschijnselen en de daaruit getrokken conclusie kunnen wij ons echter niet tevreden stellen; het is wenschelijk het ontstaan der organische stoffen rechtstreeks waar te nemen. Het komt er dus weer op aan, proeven te doen. Tot dit doel kweeken wij in een aantal potten jonge zaadplantjes van sterkers, radijs, of eenige andere plantensoort, liefst wat veel exemplaren in elken pot. Wij laten de planten zich in het licht ontwikkelen tot haar eerste bladen uitgespreid zijn en zij een donker groene kleur hebben aangenomen. Dan plaatsen we ze in een donkere kast en laten ze daar eenige dagen staan. Wij hebben ons dan het noodige materiaal voor uitvoerige onderzoekingen verschaft. Op den dag, voor de eerste proeven bestemd, nemen wij een pot uit de kast, en plaatsen dien des morgens voor een venster, waar hij door de zon beschenen kan worden. Zoodra de pot uit de kast gekomen is, plukken wij eenige bladen af,