Pagina:DutchPettyBiography1782 AlgemeeneOefenschoole.djvu/6

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen
42
Het leeven van Ridder William Petty.

hy tot een van deszelfs eerste Leden, en ook tot Lid van den Raad, daartoe behoorende, verkoozen; en schoon hy reeds lang van de oeffeninge der Geneeskunde had afgezien , bleef zyn naam egter in het Kollegie der Geneeskundigen als honorair Lid bekend.

Omtrent deezen tyd vond hy zyn dubbeld gebodemd Schip uit, geschikt om tegen wind en stroom te zeilen, en vereerde in het vervolg een namaaksel van dat Schip aan het Koninglyk Genootschap, het welk nog in de bewaarplaatse der zeldzaamheden gevonden wordt. Hy deelde ook in den jaare 1665 aan het gemelde Genootschap eene Verhandeling over den Scheepsbouw mede, waarin verscheidene geheimen van die konst vervat waren. Doch die verhandling werd door Lord Brouncker verdonkerd , welke zeide dat zy al te groot een staatsgeheim behelsde om in elks handen te komen. Ridder Williams nieuw uitgevonden Schip , deed egter in de maand July des jaars 1603 eene reize van Dublin naar Holyhead; doch dewyl hy bevond dat het niet aan zyn oogmerk voldeed, besteedde hy nog twee jaaren of langer tyd in het zo te volmaaken dat het aan zyn bedoelde einde beter mogt beantwoorden; maar eindelyk liet hy dit werk geheel vaaren, dewyl hy geen middel vond om alles in zodaanigen staat te brengen, dat het naar zyn gemaakt ontwerp ter bereikinge van de verscheidene einden, welke hy zich had voorgesteld, eenpaariglyk medewerkte.

In den jaare 1666 stelde hyeene verhandeling op over de inkomsten en uitgaaven van Engeland , en over de manier om op eenen gelyken voet schattingen te heffen , welk vertoog voor een loflyk, verstandig, en wel uitgevoerd stuk gehouden werd. In het volgends jaar trouwde hy met Elizabeth, de Dogter van Ridder Hardress Waller, Schildkn. Doch dit huwelyk was geenszins oorzaak dat zyn geest van de studiën werd afgetrokken. Hy was bedagt om het algemeene nut te bevorderen, en deelde zyne ontdekkingen mede aan het Koninglyk Genootschap,

in-