Pagina:Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden.djvu/61

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
35
 

XIX.

GODS VOORZIENIGHEID.

1.

O God! gelijk Gij ons het leven
Ten regten tijdstip hebt gegeven
 Met wijsheid, magt en menschenmin;
Zoo telt Gij ook naauwkeurig d’uren,
Hoe lang ons aanzijn hier zal duren,
 Met wijsheid, magt en menschenmin.

2.

Wie, wie van alle menschenkindren
Kan ooit uw’ vrijen raad verhindren?
 Geheel ons lot is in uw hand;
Uw wenk doet. Heer! ons ademhalen,
Uw wenk doet ons ten grave dalen,
 Uw wil, uw raad houdt eeuwig stand.

3.

De maat van onze levensjaren,
Van onze rampen en bezwaren,
 Hebt Gij ons wijslijk toegedeeld;
Uw tuchtigen was enkel liefde,
En, waar de smart ons immer griefde,
 Gij hebt die wonde weêr geheeld.

4.

Gij hebt, o albestierend’ Koning!
De plaats bestemd van ieders wooning,
 Den kring, waarin hij werken moet,
De maat bepaald dier zegeningen,
Die wij uit uwe hand ontvingen;
 En al, wat Gij bepaalt, is goed.

5. Wat
E 2